| X | ||||
| X |
Onze
bekommernis Competenties
van de Bacheloropleiding in de Vroedkunde ... Het is u allicht niet ontgaan dat de vroedvrouwenwereld in een turbulente periode zit. Het ene nieuwsbericht na het andere verschijnt en kan een verwarrende indruk geven. Deze nota geschreven als voorzitter en vanuit onze beheerraad heeft de bedoeling klaarheid te bieden welke het officiële standpunt is van uw beroepsvereniging. Op 23 november 1999 werd een Nationale Raad voor de vroedvrouwen opgericht. Deze raad is een adviesorgaan voor het ministerie van Volksgezondheid. Binnen deze raad zetelen 8 vroedvrouwen, waarvan één effectieve en één plaatsvervangende vroedvrouw van de Vlov, idem voor het departement vroedvrouwen van het NVKVV en op dezelfde manier ook voor elke Franstalige vroedvrouwenorganisatie ( UPAB en AFAC) . Verder zitten er nog drie vroedvrouwen; één voor elke vakbond en één vroedvrouw als afgevaardigde van het ACN (verpleegkundige organisatie Wallonië) Binnen deze raad zijn ook 4 artsen opgenomen (waaronder een arts van de Vlaamse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie nl VVOG) en twee verpleegkundigen (een vertegenwoordiger vanuit het NNBVV en een vertegenwoordiger vanuit het NVKVV). Naast de gezondheidsberoepen zetelen er in de raad tevens ambtenaren van het Ministerie van Volksgezondheid en van het Ministerie van Onderwijs. (8 augustus 1997 Koninklijk besluit houdende samenstelling en werking van de Nationale Raad voor de Vroedvrouwen (B.S. 01/10/1997). Het eerste werk dat de Nationale Raad geleverd heeft is het officialiseren van het beroepsprofiel van de vroedvrouw. "Het Beroepsprofiel van de Vroedvrouw" is een document dat tot stand gekomen is na grondige reflectie over de plaats en de rol van de vroedvrouw in het verloskundige gebeuren in Vlaanderen. Vroedvrouwen uit het werkveld, zelfstandig werkend of in dienstverband, docenten en praktijkbegeleiders hebben deelgenomen aan het proces. Dit beroepsprofiel, als basisdocument in mei 1993, geschreven door vroedvrouwen uit de Wetenschappelijke Vereniging voor Verpleegkundigen en Vroedvrouwen werd in 1996 overgenomen en herwerkt door de werkgroep wetenschappelijk onderzoek van de VLOV. Dit "Vlaams" Beroepsprofiel werd op haar beurt het basisdocument om met de andere Vlaamse en Waalse collegae vroedvrouwen in de Nationale Raad voor vroedvrouwen in overleg te treden wat uiteindelijk resulteerde in een basisdocument voor de Federale Overheid: "Het Beroepsprofiel van de Belgische Vroedvrouw" in 2002, update juli 2005. Het Beroepsprofiel is terug te vinden als link op de website van het VLOV (www.vlov.be). Het tweede werk binnen de Raad was het bekijken van de wetgeving welke de vroedvrouwen aanbelangt ( KB nr 78 en KB 91). De vraag of deze wet aansluit bij de bevoegdheden die de vroedvrouw in België heeft en het actuele werk van de vroedvrouw werd negatief beantwoord. De vroedvrouw heeft op dit moment geen eigen wettelijke omschrijving. In KB nr 78 zijn we een afwijking binnen Hoofdstuk I Art. 2 § 1, deze afwijking wordt beschreven in §2. Het ontwerp dat wordt voorgesteld zorgt ervoor dat wij als vroedvrouwen een eigen statuut krijgen en geen afwijking meer zijn binnen de wet van de geneeskunde. In de eerste plaats zorgt het ontwerp ervoor dat - de autonome activiteiten van de vroedvrouw duidelijk omschreven zijn. - de activiteiten in samenwerking met de arts of onder zijn verantwoordelijkheid meer ruimte krijgen en dit om tot een goede communicatie te komen. tussen vroedvrouw en gynaecoloog - en dat de vroedvrouw ruimere bevoegdheden krijgt. De Nationale Raad voor de vroedvrouwen denkt aan de vroedvrouw van de toekomst; een vroedvrouw die doordrongen is van de fysiologie maar die tevens een krachtige partner is binnen de hoog technologische verloskunde… Een voorstel tot wetswijziging is geen jaarlijkse realisatie. Het is immers geleden van 1991 dat dit nog mogelijk is geweest. In 2003 werd de regering van minister Demotte geïnstalleerd. Hij startte vanuit de Gezondheidsdialogen om een goed zicht te krijgen op de prioriteiten van het werkveld binnen de gezondheidszorg. Deze gezondheidsdialogen waren gesprekken met de minister waarop de beroepsorganisaties werden uitgenodigd. Uw beroepsorganisatie was bij elke "Dialoog" met twee afgevaardigden aanwezig, ook de Franstalige organisaties waren present. Het departement vroedvrouwen van het NVKVV liet zich door de verpleegkundigen afvaardigen. We hebben onze prioriteiten binnengegeven en deze tevens gepubliceerd in ons Tijdschrift (TVV 5/ 2003 p 256-258 ). Na de gezondheidsdialogen werd er binnen de Nationale Raad werk gemaakt om de minister te adviseren de wetten aangaande ons beroep aan te passen aan de huidige situatie. Het werd een diepgaande discussie die als doel had de "Belgische Vroedvrouw" haar bevoegdheden te verankeren met als basis een vroedvrouw die stevig in haar schoenen staat wat de fysiologie betreft maar die een goede kennis heeft van de doorgedreven technologie in de verloskunde en neonatologie zonder het psychosociale en de kern, zijnde de beleving gedurende zwangerschap, bevalling en post partum periode van het koppel in de grootste veiligheid ruimte te geven. We weten allemaal dat deze periode een mijlpaal is in het leven van toekomstige ouders. Indien dit in de meest gunstige omstandigheden kan verlopen, wordt het kind op een goede manier verwelkomd en bouwen we op onze manier als vroedvrouw mee aan de toekomst. Vanuit deze evolutie werd het wetsontwerp geschreven. Hier volgt een overzicht van de veranderingen die werden voorgesteld met daarbij telkens de achtergrond. Toelichting bij de wijzigingen van het KB nr 78 / KB 91 Deze twee wetteksten regulariseren de beroepsuitoefening van de Belgische Vroedvrouw .::. Wettelijke omschrijving van het beroep van Vroedvrouw: Zoals in de inleiding vermeld wordt, krijgen we binnen het ontwerp een eigen wetomschrijving zonder een "afwijking" te zijn van de wet van de geneeskunde. Deze omschrijving houdt rekening met:
Autonomie van de vroedvrouw: De vroedvrouwen nemen meer autonoom, de zorg voor moeder en kind in de perinatale periode op zich. Dit komt tot uiting in een toename van het aantal prenatale raadplegingen en andere zorgen door de vroedvrouw aangeboden. Onderzoek hieromtrent werd verricht door het IMA ( Intermutualistisch Agentschap ) als antwoord op de tweede vraag gesteld door de overeenkomstencommissie vroedvrouwen -verzekeringsinstellingen (RIZIV) Worden stijgende uitgaven verklaard door een grotere groep rechthebbenden die verzorgd worden, of worden er meer verstrekkingen verricht bij een zwangere/moeder? Het antwoord van het IMA na een beschrijvend onderzoek is duidelijk dat er meer rechthebbenden beroep doen op de zorgen die door vroedvrouwen worden aangeboden, een groeipercentage van 20 % werd vastgesteld( van 2000 tot 2004) . De beschrijvende studie is voorgesteld tijdens de commissie vergadering op 15 februari 2006 en wordt binnenkort gepubliceerd. Door een gewijzigde sociale en familiale context hebben jonge moeders minder of geen ervaring in de omgang met pasgeborenen waardoor ze meer begeleiding nodig hebben in hun jong ouderschap. Dit behoeft geen verduidelijking voor de vroedvrouw vermoed ik. Dit is een dagdagelijkse ervaring waarvoor we binnen de organisatie heden extra opleidingen op touw hebben gezet. Medicalisering van de zwangerschap: De medische en technologische vooruitgang hebben ertoe bijgedragen dat de drempel van levensvatbaarheid verlaagd werd en hebben de medicalisering van de zwangerschap, van de bevalling en van de neonatale periode bevorderd. De zorgen aan moeder en kind vereisen bijgevolg meer technische handelingen, wat niet wil zeggen dat de traditionele taken van de vroedvrouw aan belang hebben ingeboet. Integendeel, er moet een nog verder doorgedreven deel in de opleiding komen die vroedvrouwen bewust maakt en doordringt van de fysiologie van zwangerschap, arbeid, bevalling en post partum. Vanuit deze sterke basis moeten we meedenken en mee-evolueren in de spitstechnologie die de dag van vandaag in de gezondheidszorg de richting geeft. De vroedvrouw wordt zowel in de eerste, tweede als derde lijn een sterkere volwaardige partner. .::. De modaliteiten en voorwaarden bepalen die moeten worden vervuld om als vroedvrouw geregistreerd te worden en te blijven. Ontwerp van K.B. houdende wijzigingen van het K.B. van 01/02/1991 (Omschrijving van het beroep van vroedvrouw) Voert voornamelijk in: - de mogelijkheid zwangerschapsechografieën te verrichten om de diagnose van de zwangerschap te stellen en om zwangerschappen met verhoogd risico op te sporen. (geen morfologische echografie) Dit onderwerp brengt wat discussie teweeg. Het is niet de bedoeling dat nu plots iedere vroedvrouw zomaar een echografie kan/ zal kunnen uitvoeren. De uitvoeringsbesluiten zullen omschrijven onder welke criteria de vroedvrouw echo's zal mogen uitvoeren. Echografie is een prenataal diagnosemiddel dat al lang geleden zijn intrede deed, we kunnen dit moeilijk negeren. Het zijn niet in de eerste plaats de zelfstandige vroedvrouwen die wachten op deze bevoegdheid maar vooral de vroedvrouwen die werken in de derde lijn. Het KB ontwerp zegt alleen maar dat vroedvrouwen een echo mogen uitvoeren ( geen morfologische echo). Weet ook dat vroedvrouwen in omringende landen deze bevoegdheid hebben. Vanuit de beheerraad willen we er op aandringen dat dit geen basiscompetentie wordt maar dat dit als een bijzondere bekwaming van de vroedvrouw wordt gedefinieerd. Vanuit de Nationale Raad is verder overleg met het werkveld, de artsen en de hogescholen over de omvang en inhoud van deze bijkomende opleiding noodzakelijk. - de mogelijkheid een bekkenbodemreëducatie te verrichten Hiervoor is de beheerraad niet direct vragende partij. Deze uitbreiding van bevoegdheid is een vraag vanuit de Franstalige beroepsorganisaties. Onze Vlaamse vroedvrouwen zitten niet op deze extra bevoegdheid te wachten. We gaan ervan uit dat in Vlaanderen de taak van de vroedvrouw hier vooral een preventief karakter heeft en een doorverwijzingrol bij het vaststellen van een problematiek. We willen er mee over waken dat bekkenbodemreëducatie binnen een bijzondere bekwaamheid wordt opgenomen, buiten de basiscompetenties. - de mogelijkheid een peridurale analgesie voor te bereiden en toe te dienen (onder medisch voorschrift) Ook deze wijziging in bevoegdheid brengt vragen met zich mee. Waarom deze bevoegdheid terug invoeren nadat wij er zo lang voor geijverd hebben om geen top-up dosis te moeten geven. Wanneer je het artikel(ontwerp KB) goed leest merk je dat dit beschermend werkt naar de vroedvrouwen. Het is een realiteit dat in de éénentwintigste eeuw een groot aantal vrouwen bevalt met epidurale verdoving. Onze vroedvrouwen die in een ziekenhuis werken, worden hier dagelijks mee geconfronteerd. Met de aanpassing van het KB wil men een antwoord geven op een reële problematiek en bescherming bieden door de verantwoordelijkheden en grenzen omtrent dit onderwerp duidelijk af te bakenen. Wat doen wij de dag van vandaag in vele ziekenhuizen wanneer er een probleem is met de epidurale? We contacteren een referentieverpleegkundige die het probleem komt oplossen. Wie zorgt voor de moeders die onder epidurale hun arbeid/bevalling doormaken? Echter de vroedvrouw. Moeten we ons niet meer bekwamen in hetgeen als medicatie wordt gegeven, om de reacties te leren kennen en op te vangen zonder onze bevoegdheden te buiten te gaan. Het ontwerp KB biedt tevens bescherming aan de vroedvrouw omdat er omschreven wordt dat de geneesheer- anesthesist in huis moet zijn. Ik begrijp zeer goed de vragen maar ik nodig jullie uit om eerst het ontwerp goed te lezen, te denken aan de dagdagelijkse praktijk en dan kunnen we verdere vragen hieromtrent beantwoorden. - de mogelijkheid om geneesmiddelen voor te schrijven in het kader van de follow-up van de gewone zwangerschap Dit laatste gegeven is een vraag die reeds geruime tijd vanuit de vroedvrouwen op tafel ligt. Heden mogen we gerust de zwangerschap, bevalling en post partum begeleiden, autonoom, thuis of in een ziekenhuis maar het is ons verboden oxytocine of medicinale zuurstof voor te schrijven. We moeten via omwegen ervoor zorgen dat we deze medicatie voorzien. Het ontwerp geeft de kans deze scheefgetrokken toestand éénduidig te maken. De Academie van Geneeskunde zal haar advies geven inzake deze geneesmiddelenlijst. Het al dan niet voorschrijven van de medicatie kan een aanleiding zijn om het vak farmacologie in de basisopleiding grondig te herevalueren. Ook zonder voorschrijfrecht moet de vroedvrouw goed op de hoogte zijn van alle medicatie die ze al dan niet in opdracht van de arts toedient. - de verplichting van een permanente vorming om geregistreerd te blijven We kunnen het ons als vroedvrouw niet permitteren om stil te blijven staan na de basisopleiding. Life Long Learning (LLL) geldt ook voor vroedvrouwen. De verloskunde evolueert zeer snel en de nood aan permanente vorming is vanzelfsprekend. Het voorstel van een verplichte bijscholing van 75 uur over een periode van vijf jaar tijd lijkt voor de VLOV een minimum. We willen mee waken over de manier waarop de bijscholingen gescreend worden en we willen meedenken over de vorm van controle. .::. Standpunt van de VLOV i.v.m. de uitbreiding van het aantal studiepunten van de basisopleiding Een vroedvrouw heeft een beroepsprofiel waarop competenties zijn geënt. Het is niet eenvoudig om binnen de opleiding na 180 studiepunten deze competenties volledig te behalen. Het is ook niet eenvoudig om de studenten de verschillende stages op een volwaardige manier te laten volbrengen. Iedere opleiding moet in eigen boezem durven te kijken. Hebben alle studenten een volwaardige kans MIC, NICU, eerstelijn, … stage te lopen? Hoeveel studenten kunnen volwaardig 40 zelfgedane bevallingen registeren? De visitatie van de hogescholen voor vroedvrouwen in 1998 - 1999 gaf al een duidelijke richting aan. We hebben ons o.a. op deze conclusie gebaseerd in het dossier dat in 2002 naar het Ministerie van Onderwijs werd doorgestuurd. Het uitbreiden van de opleiding van 180 studiepunten is absoluut geen vingerwijzing, noch een blaam voor de huidige opleidingen zoals aangevoeld wordt door sommige hogescholen. Er wordt in tegendeel heel hard gewerkt in elke hogeschool die deze opleiding aanbiedt; getuige hiervan is de werkgroep opleiding binnen de VLOV. Elke pleidingsverantwoordelijke is zich ter dege bewust van de medische verantwoordelijkheid die de beroepstitel inhoudt en de competenties die daarvoor moeten worden behaald. We moeten durven denken aan de vroedvrouwen van morgen en durven toegeven dat omwille van tijdsgebrek en prioriteiten heel wat opleidingsonderdelen te summier kunnen behandeld worden. In een moderne maatschappij wordt veel aandacht gegeven aan de multiculturele dimensie. Bij alle vrouwen van welke origine ook, dient ondersteuning gegeven te worden bij zwangerschap, arbeid, bevalling en post-partum. De houding bij deze begeleiding dient evenwel, zeker gelet op de nieuwe wet op de patiëntenrechten dd. 22/08/2002, aangepast te worden aan de cultuurverschillen. Vroedvrouwen dienen immers heel in het bijzonder binnen te dringen in de intimiteit van de toekomstige moeder en haar gezin en omgeving. De vroedvrouw zal samen met de gynaecoloog, op een gepaste wijze moeten waken over het behoud van respect en waardigheid van de bevallende moeder ongeacht de mensvisie hieromtrent binnen de eigen cultuur. Deze laatste elementen vereisen bijkomend onderricht waarvoor binnen de bestaande driejarige opleiding weinig tijd voor is. Een ander aspect binnen onze maatschappij welke de recente wettelijke erkenning van een diversiteit van relatiestructuren bevestigt, leidt tot een andere vruchtbaarheidsbeleving hetgeen een nieuwe begeleidingsaanpak tot gevolg heeft. Ook deze inzichten en vaardigheden zal de vroedvrouw moeten beheersen. Het idee van uitbreiding van opleiding is genomen vanuit een duidelijke ondersteuning voor het beroep. Als vroedvrouw heb je zware verantwoordelijkheden voor het leven van moeder en kind, ook de juridische aansprakelijkheid is rechtstreeks voor de vroedvrouw zoals hierboven wordt vermeld. Een tweede belangrijk argument is dat de vroedvrouwen sinds 1995 bij meer en meer aansprakelijkheidsprocedures betrokken worden. Daar waar de vroedvrouw voordien als verlengde arm van de gynaecoloog werd beschouwd, wordt de eigen verantwoordelijkheid tengevolge van haar wettelijke bevoegdheid steeds meer benadrukt. Indien de vroedvrouw niet tijdig een pathologische situatie onderscheidt en tengevolge hiervan te laat de gynaecoloog verwittigt wordt zij alleen aansprakelijk gesteld. Bij fouten gemaakt bij de bevalling die ze zelf mogen verrichten zijn de vroedvrouwen zoals de gynaecoloog aansprakelijk. Een derde denkpiste brengt ons naar onze Belgische situatie. Het is zo dat de Franstalige gemeenschap een opleiding kent van 240 studiepunten. De meeste scholen evolueren naar een volwaardige 4 jarige vroedvrouwenopleiding. Er zijn ziekenhuizen in Brussel die zelfs onderscheid maken in betaling van de vroedvrouwen uit de verschillende taalgebieden. Ondertussen heeft een nieuwe visitatie de scholen doorgelicht. De resultaten zullen ons opnieuw richting geven. We streven vanuit de VLOV naar een stevige professionele bachelor met onmiddellijke instap in het beroep. We willen een vroedvrouw die doordrongen is van de fysiologie van zwangerschap en bevalling en die in staat is mee te evolueren in een hoog technologische omgeving vanuit deze stevig basis. .::. Bedenkingen We hebben ervaren dat gedurende het denkproces waar deze ideeën vorm kregen een aantal vroedvrouwen, vooral over de uitbreiding van de opleiding, anders denken. Het is onmogelijk om in alle denkpistes de vroedvrouwen vanuit elk verschillend werkveld op één lijn te hebben. Dat zou niet logisch zijn in het overkoepelen van een diversiteit van vroedvrouwen, hetgeen de VLOV toch doet. We streven vanuit de kern van de vroedvrouw, die wij allemaal in ons dragen, in de eerste plaats het belang te zien van moeder en kind. We weten dat wanneer vroedvrouwen meer en meer hun plaats herwinnen in het verloskundig team, dit ten goede komt aan de zorg die geboden wordt. Vanuit een democratische geest en met een visie die gebaseerd is op de juiste belangen (de belangen van moeder en kind) hebben deze ideeën vorm gekregen.
|
X | ||
|