X  
X

In de picture van Bachelors

Pieter belandt op het Consulaat-Generaal van België te New York

 Hier een opmerkelijk verhaal over een Bachelor met buitenlandse stage-ervaring.
Lees hieronder de avonturen van Pieter met volgende thema's:  

Pieter Van Bastelaere

Bachelor in het Bedrijfsbeheer
optie Financiën- & Verzekeringswezen
optie Marketing

www.pietervanbastelaere.be

    

 

1.  HOGERE STUDIES

In het Bisschoppelijk Sint-Jozef-Klein-Seminarie van Sint-Niklaas ben ik in juni 1998 afgestudeerd in de richting Economie-Wiskunde.

Na een “sabbatjaar”  ben ik uiteindelijk beland bij Egon Hogeschool (Egon staat voor Economisch en Grafisch Onderwijs) in de studentenstad Gent.  De financiële beurswereld had mij al een paar jaren mateloos bezig gehouden (dat waren toen nog gouden beurstijden) en ik wou dus een richting kiezen die zich daar praktisch op toelegde.  Het Studieadviescentrum van de Universiteit van Gent wist me te vertellen dat er in het Gentse drie campussen zijn die zich daarmee bezighouden, namelijk B.M.E., Mercator en Egon.  Alle drie zijn ze sindsdien van naam veranderd in het kader van de applicatie van de BaMa-structuur.  Egon heet nu officieel Arteveldehogeschool Gent (de tweede grootste fusiehogeschool in Vlaanderen met meer dan 7.000 studenten), maar ik voel me nog steeds meer Egon’er dan Arteveldestudent. 

Bij Egon koos ik voor de optie Financiën en Verzekeringen (een optie die zich het meest richt naar het beurswezen), ook al vond de docent van het vak “Inleiding tot de Marketing” dat de optie Marketing me op het lijf geschreven was.  En dat is één van de redenen waarom ik na 3 jaren Financiën en Verzekeringen (officieel ben ik Gegradueerde in de Bedrijfskunde en Handelswetenschappen optie Financiën en Verzekeringen), gekozen heb om nog verder te studeren en in 1 jaar de optie Marketing af te werken.  De optie Marketing is eveneens een 3-jarige opleiding, maar met een diploma FV op zak, kan dat in één jaar afgewerkt worden.  Twee maanden geleden ben ik dan ook afgestudeerd als Graduaat Marketeer.

In iedere optie moet je een stage afwerken van 3 maanden.  Vorig jaar heb ik het zeer leuke Dexia-team van de Kouter in Gent vervoegd (waar ik nog wekelijks contact mee heb), dit jaar deed ik mijn stage op het Consulaat-Generaal van België in the Borough of Manhattan in the City of New York, N.Y.  Twee stages die je in geen enkele zin met elkaar kan vergelijken. 

Marketing is nog in vele andere opzichten interessant.  Als ik volgend academiejaar mijn Master-studies in Brussel aanvat, kan ik in de opleiding Handelswetenschappen (die in Brussel speciaal ontwikkeld is voor Gegradueerden) extra vrijstellingen bekomen.

 

2.  REIZEN

Mijn papa is industrieel ingenieur en in zijn vrije tijd houdt hij zich bezig als  professioneel voorlichter voor de Koninklijke Bedrijfsgilde van Groente- en Fruittelers in het Waasland, een Gilde die reeds meer dan 75 jaren bestaat, honderden leden telt en waar hij de secretarisfunctie voor zijn rekening neemt.  Nu je dat weet, is het misschien beter om te begrijpen dat mijn ouders geen tijd hebben om op reis te gaan.  Zeggen ze zelf, want volgens mij heb je geen tijd, maar maak je tijd.  En dat vind ik spijtig.  De Wereld is zo een grote Planeet met zoveel verschillende te-ontdekken culturen, gemeenschappen en zoveel verschillende persoonlijkheden, dat het gewoon een tekort is in je leven als je niet op zijn minst de moeite hebt gedaan om daar ook maar iéts van te exploreren.   

Het begon bij mij allemaal toen we met het College naar Londen en Parijs gingen.  Een wereld ging voor me open, want Gent was zowat het verste dat ik toen bezocht had.  Het eerste wat ik deed, was het boekenrek van het dichtstbijzijnde reisbureau compleet plunderen… en ik ben beginnen dromen over al de plaatsen waar ik naartoe wou gaan in mijn leven.  En in mijn laatste jaar wist ik perfect wat mijn eerste reis ging zijn.  Ik zou naar Southampton (GB) gaan en vandaar met het meest legendarische cruiseschip The Queen Elisabeth 2 naar de stad van mijn dromen, New York City.  New York City was per slot van rekening de wereldhoofdstad van de beurs, en dat intrigeerde me (toen, en nu nog steeds) oneindig.  Terugkeren ging ik doen per Concorde.  Er was maar één probleem: mijn ouders zouden dat nooit, maar dan ook nooit goedkeuren.  Ik was ten slotte nog maar 18 jaar.  Dus had ik er niet beter op gevonden van het mijn ouders niet te vertellen (waar mijn verstand toen naar toe was, ik weet het niet, er moest maar eens iets ernstig met mij gebeurd zijn).  Gelukkig besliste het lot er anders over, toen bleek dat mijn ouders me op de man af vroegen waarom ik per cruiseschip naar the Big Apple wou gaan.  Blijkbaar hadden mijn ouders op één of andere receptie iemand tegengekomen waartegen ik blijkbaar om één of andere reden al mijn intercontinentale voornemens had tegen verteld.  En je moet dan weten dat mijn ouders die persoon eigenlijk niet kennen.  Gewoon aan den babbel  geraakt.  Geef toe: wat is de kans dat zoiets gebeurd?  One in a million?  It’s a tiny little world. 

Toen de Concorde in juli 2000 in Gonesse nabij Parijs neerstortte, was mijn reis voor Het Laatste Nieuws (de meest verkochte krant van Vlaanderen) goed genoeg om ver een hele pagina mee te vullen onder de titel “Vlaming maakt zelfde reis op 18-jarige leeftijd als verongelukte Concorde-passagiers”.  De tientallen verongelukte Europeanen combineerden namelijk ook een Concorde-vlucht met een QE2-reis.

En toen kreeg ik de reismicrobe te pakken.  Een reismicrobe met een voorkeur voor Westerse landen of voor tropische, exotische en paradijselijke eilandjes.  De laatste 5 jaren (ik ben er 23) heb ik gereisd alsof mijn leven ervan afhing.  Hawaï, Fiji, Hong Kong, Australië, Canada,… volgden elkaar in sneltempo op.  Meestal alleen (omdat je zo compleet ondergedompeld wordt in de plaatselijke cultuur), maar om de twee jaren met één van mijn 3 zussen.  Vorige maand zat ik op de Bahama’s.  Volgende week zit ik op de Seychellen. 

 

3.  PIETER IN NEW YORK

New York, New York.  Frank Sinatra kan het zo mooi verwoorden in zijn wereldberoemde song.  Ik kan het heel wat minder goed onder woorden brengen, als mensen me vragen wat me nu in godsnaam aantrekt in een stad van staal, glas en beton meer dan 9.000 km van huis verwijderd.  Maar dàt het me aantrekt, dat is zeker.  En dus was ik vastberaden van ginder te gaan werken en te gaan wonen.  Maar da’s makkelijker gezegd dan gedaan, zo bleek achteraf.  Toen de Stagecommissie van de Hogeschool vorig jaar voorstelde van een stage te doen in het buitenland, bleek dat Canada op de lijst wél voorkwam, en de Verenigde Staten van Amerika niét.  En die lijst was beslissend om hulp te krijgen van gespecialiseerde mensen binnen de Hogeschool inzake een werkvisum, een verblijf, transport, and other basic things.  Stond je land-van-voorkeur niet op de lijst, dan mocht je alles zelf doen, maar dat werd afgeraden. 

Mooi niet dus, want ik moest en zou in New York City belanden, no mather what.  En dus ben ik begonnen met alle bedrijven aan te schrijven die voorkwamen in de Yellow Pages van New York, en die iets te maken hadden met insurance or finance (de richting die ik toen volgde).  Honderden brieven heb ik verstuurd (mijn mama klaagt nog over het bedrag van de postzegels), maar het mocht niet baten.  De limiet om een bedrijf te vinden, naderde met rasseschreden.  Geen enkel bedrijf had positief gereageerd, als ze al gereageerd hadden.  Van al de brieven die ik verstuurd had, kreeg ik hooguit 10 reacties waarin men een standaardantwoord formuleerden.  Een dertigtal brieven keerde pas maanden later (!) terug wegens onbestelbaar.  In een laatste wanhoopspoging heb ik nog geprobeerd om alle bank-, verzekerings- en (niet te vergeten) beursbedrijven te bellen die niet gereageerd hadden, maar ze waren OF te gespecialiseerd, OF lieten de mensen promoveren vanuit een landelijk kantoor, en namen in Manhattan dus geen stagiairs rechtstreeks aan, OF hanteerden talen als Italiaans, Spaans of Portugees die ik niet machtig ben, OF hun kantoor was te klein en men had dus geen plek om een stagiair te plaatsen, OF, OF, OF…  Honderden redenen heb ik gehoord om mij niét aan te nemen.

Nog een reden dus om Marketing te studeren: ik kreeg een tweede kans om mijn stage in New York te doen.  En als bij wonder viel op een mooie nazomerdag in oktober 2002 een brief in mijn bus van le Ministre Plénipotentiaire des Affaires Etrangères die me wist te melden dat Consulaten, Ambassades en Internationale Posten wereldwijd op zoek waren naar stagiairs om het diplomatieke team ter plekke te vervoegen.  De federale verkiezingen van 18 mei 2003 (16 mei in New York) die eraan staan te komen en bergen werk met zich meebrengen, zaten er natuurlijk voor iets tussen. 

Een godsgeschenk dus, dat ik onmiddellijk met beide handen heb aangenomen.  Nog diezelfde dag heb ik gebeld naar Brussel om te vragen welke procedure moest gevolgd worden om in New York binnen te geraken.  De Belgische Missie bij de Verenigde Naties met hoofdzetel in New York, het Belgische Consulaat in Manhattan,…  het maakte me allemaal niet uit, als het maar New York City was.  Nog geen uur later zat mijn CV op de bus, samen met een paar referentiebrieven.  En welgeteld 1 dag later kreeg ik telefoon van diezelfde Minister die me meldde dat ik doorgelicht was door de Staatsveiligheid, goedgekeurd was, en dat mijn aanvraag was doorgefaxt naar het Belgische Consulaat in New York City.  Het was 15u30.  Drie uur later kreeg ik telefoon vanuit New York van een zekere Benoît Standaert, Consul op het Consulaat-Generaal van België in Manhattan, N.Y. die me wist te vertellen dat ze “positief tegenover mijn aanvraag stonden”, maar nog enkele vragen hadden.  Enkele vragen?  Een tiental minuten werden vragen op mij afgevuurd in het Nederlands, Frans en het Engels over het waarom, wanneer en hoe van mijn stage…

Een stage in het verre en betoverende New York…  ik was volledig aan het zweven.  Wie had dat ooit durven dromen?  Zeker nadat ik nog geen halfjaar eerder honderden en honderden brieven had verstuurd om daar binnen te geraken en het was toen niet gelukt.  En nu verstuur ik welgeteld één brief, en bingo.  Geluk zit hem in een klein hoekje.

En daar zat ik dan op mijn bureau op de 26ste verdieping van het Financial Times-gebouw in midtown Manhattan (only 5 blocks away from Central Park) met uitzicht over de Hudson River op het Consulaat-Generaal van België in the Borough of Manhattan in New York City, in the State of New York.  Ik besef heel goed dat ik erg veel geluk heb gehad, dat ik met mijn gat in de boter gevallen ben.  Ik kan mij op dit moment geen betere stageplaats voorstellen dan daar.  Als ik dan nog hoor dat ik de allereerste stagiair ooit ben die daar op het CGNY gewerkt heeft die géén opleiding komt volgen om het tot diplomaat/kanselier te schoppen, dan kan mijn geluk al helemaal niet meer op.

Als ik achteraf zo terugkijk op het hele gedoe om daar te geraken, dan onthou ik één zaak: geef nooit op!  De aanhouder wint!  Follow your heart!

Wat ik daar precies gedaan heb, is moeilijk samen te vatten, maar de meeste van mijn taken kaderen in het werk voor de federale verkiezingen van 18 mei.  Zo moest iedere stemgerechtigde Belg die op het CGNY officieel was geregistreerd, aangeschreven worden om hem op de hoogte te brengen van zijn of haar stemplicht (Belgen zijn sinds begin dit jaar wettelijk verplicht te gaan stemmen, waar zij zich ook bevinden ter wereld).  De stemgerechtigden moesten hun formulieren dan tijdig terugsturen met daarop hun voorkeur om óf persoonlijk te komen stemmen op het CGNY of in België, óf een volmacht geven aan een persoon in N.Y. of in België, óf te stemmen per brief.  Als zij dit niet deden, dienden zij aangeschreven te worden dat wij laattijdig of niet hun documenten hadden ontvangen.  Dat is grosso modo waar ik me toen twee maanden mee heb beziggehouden.  Maar in feite is het veel meer dan dat.  Zo zijn er bijvoorbeeld mensen die, onwetend, een persoon in België gevolmachtigd hebben, maar deze persoon had al een volmacht gekregen van een andere stemgerechtigde, en dat is onwettelijk.  Iedere stemgerechtigde mag maximum één volmacht uitoefenen.  Dan was het onze taak om de persoon die zich in de jurisdictie van New York bevindt, te contacteren en hem of haar te laten weten dat hij of zij een andere volmacht moest uitschrijven.  De juiste documenten moesten hem dan opgestuurd worden, in de juiste taal, en die moesten ons dan teruggestuurd worden, die wij dan op onze beurt overmaakten aan Brussel.  Een titanenwerk.  En dan mag er niets, maar dan ook niets verkeerd gaan, of de stem is ongeldig en alles is voor niets geweest.  Zo is het erg uitkijken met de taal van de volmachthouder.  Een Vlaamstalige stemgerechtigde Belg in New York kan bijvoorbeeld een aanvraag indienen om zich in te schrijven als kiezer in de gemeente Linkebeek (één van de zes faciliteitengemeentes rond Brussel) en dan een volmacht geven aan een Franstalige kiezer in die gemeente.  Maar dan moet het volmachtformulier in het Frans zijn opgesteld, en niet in het Vlaams of de stem is ongeldig.  Zo zijn er oneindig veel wettelijke voorschriften die moeten gevolgd worden en waar ik dus voor verantwoordelijk was. 

 

4.  NEW YORK

The Big Apple spreekt inderdaad erg tot de verbeelding, ook voor mij.  Als 18-jarige snotneus toekomen, en een stijve nek krijgen van naar één van de grootste gebouwen ter wereld te kijken (de WTC-torens), en merken dat er honderden van die skyscrapers zijn, in een stad die bruist van energie, dat laat een enorme indruk na.  Voeg daarbij nog een snuifje patriotisme en Amerikaanse marketing, en de mix is compleet.  Ik was vastberaden de Amerikaanse nationaliteit aan te nemen.  Na verloop van tijd (September Eleven was de druppel) besef je dat het weliswaar kleine, maar erg welvarende landje België toch meer te bieden heeft dan the giant.  Amerikaan zijn heeft meer nadelen, dan voordelen.  Dus ging ik niet langer de Amerikaanse nationaliteit nastreven, maar ik ging er gewoon gaan werken en wonen.  En dat laatste heb ik nu gerealiseerd, en ik ben héél erg blij dat het maar voor 3 maanden is, want meer dan ooit besef ik nu dat België een Paradijs is om in te leven, om in te wonen, om in te werken.  Om maar één voorbeeld te geven.  In België is er wél vrije meningsuiting.  Als je daar durft zeggen dat je tegen de oorlog bent, ben je een verrader en pakt de politie je op.  Bij de laatste anti-oorlogsbetoging werden zelfs de toeschouwers (die dus geen stelling innamen) opgepakt, omdat ze te veel rugbaarheid gaven aan dergelijke so-called nonsense. 

Eén van de redenen waarom ik van New York hou, is de energie die van deze stad uitgaat.  The Spirit of New York is 24/7 bruisend.  Als je bijvoorbeeld om 3u ‘s nachts van een night club komt en je hebt foto’s getrokken die je graag nog diezelfde nacht wil laten ontwikkelen.  No problem.  Dat kan.  Wil je die foto’s binnen het uur ontwikkeld zien, maar je hebt toevallig geen bankkaart op zak om mee te betalen, en ook geen geld, maar wel een identiteitskaart, dan vind je in deze grootstad van 8 miljoen inwoners binnen loopafstand een bank die open is MET personeel.  Wil je de ontwikkelde foto’s diezelfde nacht nog per post versturen naar België, ook dat kan!  In Manhattan zijn er speciale postkantoren die 24/7 open zijn.  Je vindt daar dan ook alles 24/7.  Enige nadeel is dan natuurlijk wel dat je je daar blauw voor betaalt, maar niets is goedkoop in deze stad.  Een broodje tonijn waar je in Gent 1.85 euro voor betaal, daar betaal je in N.Y. 5.36 US dollar voor in de Prêt-à-Manger.  Een spaghetti kost in België 7.00 euro, in the Blue Moon Diner kost je dat 12.00 US dollar.  Een pintje 4.00 USD, in de Hoeve in Gent 1.30 EUR.  Om dan nog maar te zwijgen over de excessen!  Een Duvel kost 7 dollar (maar da’s dan ook imported beer).

Waar ik me blauw aan ergerde in die stad is het treinvervoer.  De treinen vallen soms zonder elektriciteit, en dan zit je daar soms een halfuur te koekeloeren met amper 1 emergency light als het donker is.  Of als er 1 trein de NJT-tunnel blokkeert, dan loopt alles compleet in het honderd, want dan zijn er tientallen treinen die nergens heen kunnen, met soms twee uur vertraging tot gevolg.  Als je dan al geluk hebt van op een trein te zitten, dan roept men tot 9 keer hetzelfde af eer men vertrekt.  Stel je eens voor als conducteur dat je iemand hebt als treinreiziger die de 8 vorige keren niet zou gehoord hebben (ooo ironie).   Had ik al vermeld dat de helft van de platforms (perrons) niet bruikbaar is wegens onderhoudswerken.  Dat wil dan ook zeggen dat de helft van de treindeuren maar kan gebruikt worden om de duizenden commuters de trein te laten op- en afstappen.  Wist je trouwens dat het perron maar 8 minuten voor het vertrek van de trein geweten is?  Je moet je dan voorstellen dat er in Penn Station (na Grand Central Station het grootste treinstation van Manhattan) duizenden pendelaars staan te wachten op hun trein, en dan flitst er een perron op het infobord, en dan moeten AL die mensen op die trein zien te raken binnen de 8 minuten.  Onvoorstelbaar gewoon.  Ik noem dat prehistorisch.  Je kan je eigenlijk niet voorstellen dat zoiets mogelijk is in een land dat zichzelf graag voorstelt als het grootste en beste land ter wereld.  Als men mij ooit zou vragen of de Belgische Spoorwegen moeten geprivatiseerd worden: no way!  Je ziet tot wat het kan leiden.

“De inwoners van New York” is een term die ik niet makkelijk juist te gebruiken is, want 37 procent van de 8 miljoen inwoners is van buiten de VS afkomstig, net zoals ik trouwens.  Als je daarbovenop nog eens 4 miljoen pendelaars voegt, en 32 miljoen toeristen per jaar, dan weet je dat je al goed moet zoeken wil je een native New York’er vinden.  Het is overigens erg opvallend voor iemand die afkomstig is uit het Vlaanderen waar spijtig genoeg 15 procent van de bevolking stemt voor een extreem-rechtse partij, dat het daar blijkbaar wel kan.  Een smeltkroes van honderdduizenden mensen van vreemde origine die wreedzaam naast elkaar kunnen leven.  Al moet ik dat natuurlijk onmiddellijk relativeren, als je de cijfers ziet van de death row (meer zwarten zijn verkeerdelijk veroordeeld tot de doodstraf, dan blanken), of als je ziet dat ver alle “propere” beroepen voorbehouden zijn voor, wat ze daar noemen, caucasian (blanke) mensen… 

Het aantal keren dat België daar in het nieuws is gekomen, kan je tellen op je ene hand.  Maar de top van Verhofstadt medio mei, die onze premier had samengeroepen om een eigen Europese defensiestructuur uit de grond te stampen, was zelfs voorpaginanieuws.  Want dat kleine landje dat zijn veto had gebruikt in de NATO tegen een oorlog in Irak, schopte weer eens tegen de schenen van het grote Amerika.  Ook de fameuze genocidewet blijft in het nieuws komen, nu in België een klacht ingediend werd tegen Generaal Franks van het Amerikaanse leger wegens oorlogsmisdaden in Irak.  Gelukkig wordt daar voor de rest niet te veel aandacht aan besteed, zodat de overgrote meerderheid van de Amerikanen nog steeds Frankrijk beschouwen als de grote boosdoener.  In native American bars kan je deze dagen Franse vlaggen vinden…  in het urinoir van de mannen-WC’s!  Gelukkig gaat men wat betreft België zo ver niet.  Trouwens, men weet niet eens waar ons landje ligt.  De strafste uitspraken die ik daar in twee maanden tijd heb gehoord, was dat België “located somewhere NEXT to Europe”, of dat Brussel de hoofdstad van Duitsland was. 

Het is overigens niet alleen negatief dat ons land daar in het nieuws komt, want Kim Clijsters beroert daar menig harten.  Dat onze Belgische trots haasje-over deed met één van de Williams-zusjes op de WTA-ranglijst (van nummer 3 naar nummer 2, toen ik in New York zat), wordt daar alleen maar toegejuigd.  De Williams-hegemonie op de WTA-ranglijst wordt daar met gemengde gevoelens onthaald, hoe raar dat ook mag klinken. 

 

5.  SEPTEMBER ELEVEN

Amerikanen kunnen overdrijven, dat weten we allemaal.  En September Eleven is daar geen uitzondering op.  Op iedere straathoek vind je dan ook nog memorabilia van die dag in september, gaande van petjes met daarop “we will never forget” over stickers met “united we stand” erop tot poosters met als tekst “FDNY.  Our heroes”.  De plek waar de WTC once stood is nu één grote toeristische trekpleister waar houten wanden dienst doen als schrijfmuur (“Bush is great”, “Osama has to be killed”, “America will never go down”).  Het patriotisme in the States heeft nooit hogere toppen gescheerd dan nu.  Amerikaanse vlaggen vind je overal.  Zelfs op de onderleggers en het bestek waar je gaat eten.  Tijdens het heetste van de strijd in Irak kreeg je na het nieuws een 5-minuten durend filmpje waarin Amerika en de strijd verheerlijkt werd.  Pure propaganda was het.

Een concreet gevolg van 11/09 is de hogere beveiliging.  Tot de verovering van Bagdad zag je op iedere straathoek tientallen beveiligingsmensen staan.  Niet alleen agenten (ze hebben er daar 40.000), security van een bepaald gebouw en state police.  Ook SWAT-teams, FBI-agenten en echte militairen die met kolossen van mitrailleurs in de aanslag staan alsof er op ieder ogenblik een tweede September Eleven gaat plaatsvinden.  Nog nooit in mijn leven heb ik dergelijke moordwapens gezien…  nu kan ik hun aantal niet meer bijhouden.  Na de val van Bagdad (als dat er iets mee te maken had ten minste, ik verklaar het toch zo) staat die overdreven bewaking enkel op crucial points zoals Statue of Liberty, Times Square, Empire State Building, enz.  Ik heb me dan ook nog nooit veiliger gevoeld dan daar in New York.  Al vraag ik me af wat al die “grondtroepen” gaan doen als het echt tot een nieuwe aanslag zou komen…

Dagelijks word ik verschillende keren gefouilleerd en word ik verplicht door metaaldetectoren te lopen net alsof ik me op de luchthaven zou bevinden.  Je geraakt geen toeristisch gebouw binnen, of je wordt gescand.  En de SARS-ziekte heeft er ook al niet veel goed aan gedaan, want ook je temperatuur wordt nu genomen.  Het laatste dat ik heb gemerkt (net voor mijn terugkeer), is dat je je GSM moet aan- en afzetten in het bijzijn van een bewakingsagent, om te zien of het niet voor andere doeleinden dan de oorspronkelijke kan gebruikt worden.  En het ergste is dat je voor al die overlast nog moet betalen ook: security tax heet dat dan. 

De laatste zottigheid die ze hadden ingevoerd, was de EAS, the Emergency Alert System, wat wil zeggen dat ALLE radio- en tv-programma’s om de haverklap worden onderbroken om een sirene te laten horen, gewoon als test, voor mocht het ooit tot een tweede 11 september komen.

 


X
 
vzw-Bachelor.be hoofdmenu