NVKVV/Nursing
Scriptieprijs 2010

Evelien De Schepper wint NVKVV/Nursing
Scriptieprijs 2009
In haar eindwerk zet ze
theorie en praktijk van maagsondes naast elkaar
Evelien De Schepper is
studente verpleegkunde aan de Artevelde Hogeschool in Gent.
Haar eindwerk kreeg de titel:
‘Het gebruik van een maagsonde als onderzoeks- en
behandelinstrument. ‘What’s up?’.
Ze vertaalde de bevindingen van haar literatuurstudie naar de
praktijk en stelde 3 protocollen op.
Zij ontvangt haar prijs en een cheque van € 500 tijdens de
promotieviering van de Artevelde Hogeschool op 29 juni. De Artevelde
Hogeschool ontvangt 25 gratis studentlidmaatschappen NVKVV.
Een maagsonde plaatsen kan eenvoudiger
Met een werk waarin ze de theorie over het plaatsen,
controleren en fixeren van een maagsonde toetst aan de
verpleegkundige praktijk, won Evelien De Schepper zopas de NVKVV/Nursing
Scriptieprijs 2009.
Hoe kwam je op dit onderwerp?
‘Als studente verpleegkunde aan de
Arteveldehogeschool in Gent heb ik in diverse ziekenhuizen stage
gelopen. Het viel me daarbij op dat de theorie die we op school
kregen over het controleren van nasogastrische sondes niet werd
toegepast in de praktijk.’
Hoe heb je het aangepakt?
‘Via databanken heb ik zoveel mogelijk recente
wetenschappelijke literatuur opgezocht over het plaatsen, verzorgen
en verwijderen van een maagsonde. Het was mijn bedoeling om na te
gaan welke methode het meest correct, het meest efficiënt, het meest
evidence-based
is om een maagsonde te plaatsen, te verzorgen, te controleren, te fixeren en te verwijderen. En wat de verpleegkundige verantwoordelijkheid hierbij is.’
Welke opvallende verschillen vond je?
‘Een mooi voorbeeld is de manier waarop wij de in te brengen lengte van de maagsonde bepalen. We meten de afstand van de neus naar de oorlel en van de oorlel tot het sternum. Studies wijzen uit dat bij die methode de sonde vaak te ver in de maag zit. Er bestaat een nomogram van Beckstrand2 waarmee de lengte veel exacter kan berekend worden, maar dit wordt hier in de praktijk bij mijn weten nooit toegepast.’
Heb je deze
nieuwe technieken op haalbaarheid getoetst?
‘Neen, daar is
mijn scriptie te theoretisch voor. Ik heb wel drie protocollen
gemaakt. Deze beschrijven het plaatsen van een maagsonde voor de
toediening van sondevoeding en voor de uitvoering van passieve en
actieve drainage. Elk protocol bestaat uit drie kolommen. De linker
kolom geeft aan of de handeling al of niet teruggevonden werd in de
wetenschappelijke literatuur, de middelste kolom omvat een korte
beschrijving van de interventie en de rechter kolom geeft de bronnen
weer waarop de interventies gebaseerd werden.’
Denk je dat
dit werk in de praktijk gehoor zal vinden?
‘Dat hoop ik
natuurlijk. Ik heb ook al reacties ontvangen van ziekenhuizen die
vinden dat sommige voorgestelde handelingen praktisch niet haalbaar
zijn, bijvoorbeeld omdat ze er geen geschikt materiaal voor hebben.
Toch vind ik dat het de moeite kan lonen om hierin te investeren,
want het risico op complicaties bij maagsondes wordt onderschat. Ik
hoop dat verpleegkundigen er door mijn scriptie iets bewuster mee
zullen omspringen. Het is zonde om beschikbare technieken links te
laten liggen die de frequentie van incidenten met maagsondes kunnen
verlagen.’
De Jury
spreekt
‘Juist omdat het
een schijnbare routinehandeling is waar de laatste dertig jaar
weinig of niets werd aan gewijzigd in de praktijk, vindt de jury de
maagsonde als onderwerp origineel en uitdagend. Laat onze kennis
over basishandelingen maar beter wetenschappelijk onderbouwd worden!
Het werk is langs alle kanten kritisch geanalyseerd met vele
verwijzingen en tips naar de verpleegkundige praktijk. Het hoort
thuis in alle bibliotheken van de hogescholen voor verpleegkunde.’

Katrien Vermeulen wint NVKVV/Nursing-scriptieprijs editie 2008
Katrien Vermeulen van KaHo
Sint-Lieven uit Sint Niklaas wint de
NVKVV/Nursing Scriptieprijs
en ontvangt 500 euro aan prijzengeld. Haar scriptie ‘Effect van preoperatieve informatie op het
postoperatief herstel bij het plaatsen van een totale heupprothese’
kwam het beste uit de verf.
De prijsuitreiking was op 6 juli 2009 bij KaHo Sint-Lieven.
Vermeulen voerde voor haar scriptie een kleinschalig onderzoek uit
via haar stage in het A.Z. Sint-Lucas te Gent. Het doel van haar
onderzoek was om het effect na te gaan van preoperatieve informatie
op het postoperatief herstel bij patiënten met een totale
heupprothese. Aan dit onderzoek namen 16 patiënten deel, die een totale
heupprothese lieten plaatsen in de periode van 25/2/2008 tot
en met 28/3/2008.
Minder angstig:
Omwille van een steeds grotere vraag naar patiënteneducatie in
de moderne maatschappij was de afdeling orthopedie van het A.Z.
Sint-Lucas in dat kader gestart met het geven van preoperatieve
informatiesessies. Ze ontwikkelden daarvoor twee patiëntenbrochures.
Het personeel van de afdeling orthopedie te Gent had het gevoel dat
de patiënten door deze informatie minder angstig zijn, minder pijn
ervaren, beter revalideren, een hogere tevredenheid ervaren en
sneller het ziekenhuis kunnen verlaten. Omdat dit slechts
subjectieve ervaringen zijn, werd Vermeulen gevraagd om hiernaar
onderzoek te doen.
Onderzoeksresultaat:
De studente kon alleen maar positieve effecten aantonen van
preoperatieve informatiesessies.
Ze maakt hier wel de kanttekening bij dat er vele beperkingen zijn
aan het onderzoek.
Vooral de kleinschaligheid laat niet toe om scherpere conclusies te
trekken.
Door: redactie Nursing
---
6 JULI 2009 -
TV Oost (film
via Youtube)

Het eindwerk met titel 'Effect van preoperatieve informatie op het
postoperatief herstel bij het plaatsen van een totale heupprothese'
behandelt een thema dat voor verpleegkundigen in het ziekenhuis,
maar ook daarbuiten (in de thuiszorg, in de ouderenzorg), een
kernopdracht is in de taakuitoefening.
Informatie aan clienten is een bijzonder thema in de gezondheids- en
welzijnszorg.
Het recht op informatie wordt vandaag in het wettelijk kader van de
patiëntenrechten gegarandeerd:
het is een plicht voor
gezondheidswerkers, en soms een hele opgave waarbij men ook nog
steeds met een aantal weerstanden geconfronteerd wordt.
De aard van die informatie, de fasering ervan en de wijze waarop ze
wordt aangebracht is zeer bepalend voor de effecten op vlak van de
welbevinden (en andere elementen) van patiënten in de tijd voor,
tijdens en na de ingreep en de periode na het ontslag uit het
ziekenhuis.
Dit eindwerk beschrijft en onderzoekt een concreet initiatief dat
een antwoord wil zijn op de steeds grotere vraag naar
patiënteneducatie in de moderne samenleving en heeft nagegaan wat
het effect hiervan is op het postoperatieve verloop. Opzet van het
onderzoek was om het effect na te gaan van de preoperatieve
informatie op het postoperatief herstel bij patiënten met een totale
heupprothese.
Via dit kleinschalig onderzoek kon de studente een positief effect
aantonen van de preoperatieve informatie op de postoperatieve
patiënttevredenheid en gedeeltelijk op de postoperatieve mobiliteit.
De studente voegt er onmiddellijk aan toe dat haar onderzoek een
aantal beperkingen en grenzen inhield, waardoor ze uiterst
voorzichtig blijft in het formuleren van conclusies. Deze
benadering, deze aanpak siert haar. Maar dit eindwerk heeft
ongetwijfeld zijn nut bewezen aangezien er duidelijke adviezen
konden worden geformuleerd die in de dagelijkse praktijk van
toepassing zijn.
Het beantwoordt aan de doelstelling om het eigen
verpleegkundig handelen in vraag te stellen.
De gebruikte methodes
van het onderzoek zijn voorbeelden van continue evaluatie en leiden
tot bijsturing, hetgeen de basis vormt van het professioneel
verpleegkundige handelen.
Dit eindwerk kan voor iedere
verpleegkundige een voorbeeld zijn dat tevens toetsbaar is op andere
vakgebieden of specialiteiten. Een informatiestroom standardiseren, uniformiseren, maar daarnaast
ook aandacht houden voor alle persoonlijke opnamegegevens van de
patiënt is een onontbeerlijke eerste stap in het gebruik van een
succesvol klinisch pad.
De jury beoordeelde daarnaast de ingediende werken op een aantal
vastgelegde criteria
op basis waarvan ze uiteindelijk tot haar keuze
kwam voor dit eindwerk: