Eén van deze auteurs is een
Bachelor. Daar zijn we fier op!
Hopelijks haalt hij de volgende
selectie van 5 beste scripties
Meer info over deze scriptie
hieronder.
Voor de
resultaten van de tweede juryronde
is het wachten tot begin december.
Dan worden uit de shortlist van tien
beste inzendingen, vijf
genomineerden geselecteerd. Zij
ontvangen een cheque ter waarde van
250 euro.
De uiteindelijke winnaar van de
Vlaamse Scriptieprijs 2007 ontvangt
de hoofdprijs van 2500 euro.
De bekendmaking van het winnende
eindwerk gebeurt tijdens de
plechtige
prijsuitreiking van de Vlaamse
Scriptieprijs 2007,
op dinsdag 18 december in de
Koninklijke Academie voor
Nederlandse Taal- en Letterkunde te
Gent.
Kerkbankverwarming
Auteur
Demaecker Nick, Bosschaert Jan
Jaar van publicatie
2007
Categorieën
Synopsis
Bij het bepalen van een
herbestemming en het uitvoeren
van soms ingrijpende en
noodzakelijke restauratiewerken
aan “grote volumineuze
monumenten” (zoals o.a.
theatergebouwen, feestzalen,
kerken, musea e.a.) is het
hoofdstuk verwarming in de
meeste gevallen een niet evident
op te lossen vraagstuk.
Bijna alle oude monumentale
gebouwen zijn qua constructie,
met hun typische bouwfysische
eigenschappen, totaal
verschillend van de hedendaagse
bouwconcepten. Bovendien was er
in de meeste van die oude
gebouwen geen verwarming
voorzien; hun massieve wanden
zorgden vaak voor een
binnenklimaat dat veel stabieler
was dan het buitenklimaat.
Nieuwe hedendaagse comforteisen
en nieuwe technologische
mogelijkheden zetten gebruikers
nogal dikwijls onder grote druk
en zorgden ervoor dat menige
oude monumenten voorzien werden
van een verwarmingsinstallatie
al dan niet geschikt en
aangepast aan het gebouw. Elk
van die gebouwen heeft ook zijn
heel eigen specifieke kenmerken
en problemen.
Vaak zorgden de niet geschikte
installaties voor desastreuze
gevolgen waarbij en het gebouw
zelf en de aanwezige
kunstvoorwerpen, meubilair,
orgels, glasramen enz. grote
schade opliepen. Grote, kort op
elkaar volgende, temperatuur en
vochtschommelingen lagen en/of
liggen nog steeds aan de basis
van de schadevorming.
Bij de “monumentenzorgers” vormt
het deel “verwarming” een
probleemaspect.
De laatste decennia wordt binnen
monumentenzorg aan de
verwarmingsproblematiek
bijzonder veel aandacht besteed
in de vorm van studie
opzoekingswerk, overleg,
filosofie, schadevaststelling,
metingen, congressen enz.
In het kader van een groots
opgezette restauratiecampagne
aan de dekenale
Sint-Martinuskerk te Aalst,
werden alle restauratieaspecten,
onder de loupe genomen; het
deelaspect “verwarming” trok
bijzondere aandacht.
De energietoevoer gebruikt voor
de verwarming van de
Sint-Martinuskerk, namelijk
stoom onder druk, werd begin
2007 afgesloten. Er moest zo wie
zo gezocht worden naar een
andere oplossing. De aanwezige
verwarmingsinstallatie voldeed
bovendien niet aan de
verwachtingen. Warmtewisselaars
waren her en der verspreid over
het bouwvolume. Ontsierende
wandroosters en tal van
leidingen (luchtkanalen,
stoomleidingen ed.) doorboren
het gebouw waardoor bepaalde
delen moeilijk of zelfs helemaal
niet toegankelijk zijn.
Het rendement was quasi nihil.
De organist had steeds het
gevoel in tropische gebieden te
vertoeven. Ter hoogte van de
gewelven heerste zelfs een
subtropisch klimaat en voor de
kerkgangers op de begane grond
bleek een stijging van 2 à 3 °C
nauwelijks waarneembaar.
Om voorgaande reden werd
preventief een ‘werkgroep
verwarming Sint-Martinuskerk’
opgericht in 2004. De
problematiek kent verschillende
luiken zoals o.a. hoe verwarm je
best een dergelijk volume?
Verwarmen of niet verwarmen? Wat
met het interieur in het
algemeen en wat met de
kunstvoorwerpen in het
bijzonder?
Bestaat er een
verwarmingssysteem dat kan
voldoen aan alle mogelijke
criteria inzake het behoud van
kunstvoorwerpen en glasramen,
het niet verstoren van de
archeologische ondergrond, het
respect voor het esthetische
uitzicht van het gebouw waarbij
de gebruiker toch hedendaags
comfort krijgt zonder schade aan
te richten.
De werkgroep werd samengesteld
uit verschillende specialisten
binnen en buiten de
monumentensector. Een eerste
beslissing welke door de
werkgroep genomen werd, was het
uitwerken van een studie i.v.m.
de bestaande verwarming van de
Sint-Martinuskerk gekoppeld aan
de warmteverliezen en
hypothetische oplossingen. Bij
deze studie werd medewerking
verleend door de stad Aalst,
Agentschap Onroerend Erfgoed (ex.
M&L), VIOE, Kerkfabriek
Sint-Martinus en Hogeschool
Sint-Lieven-Aalst.
Aan de hand van de gegevens en
bevindingen uit een eerste
studie werd duidelijk dat verder
moest worden gegaan met het
uitdokteren van één of meerdere
oplossingen. Na wijs beraad werd
door de werkgroep geopteerd voor
een studie waarbij verwarming
via de zitbanken zou worden
onderzocht. Het uitgangspunt is
het creëren van een microklimaat
waarbij weinig energie verbruikt
wordt, warmtegevoel comfortabel
is, en de omgeving niet wordt
belast.
Deze optie vindt zijn oorsprong
bij toepassingen in noordelijke
en centrale delen van Europa,
weliswaar in kleinere kerken.
Proeven en studies dienaangaande
bestaan al (EU-project “Friendly
Heating”) maar het type kerk en
het klimaat zijn bij ons anders.
Uit de al opgedane kennis bij de
vorige studie blijkt dat
zitbanken uitermate geschikt
kunnen zijn en heel wat
potentiële mogelijkheden in zich
dragen om te voldoen aan de
gestelde eisen.
De werkgroep besliste een
proefproject (verwarmde
zitbanken) op te zetten.
Voor het academiejaar 2006-2007
werd opnieuw beroep gedaan op de
Hogeschool Sint-Lieven-Aalst.
Twee laatstejaarsstudenten waren
uiterst geïnteresseerd om een
dergelijk project uit te werken
en als eindwerk voor te dragen
tot het behalen van het diploma
bachelor in de elektromechanica
optie klimatisatie.
De studie en de uitwerking
resulteerden in een verwarmde
zitbankunit van 5 rijen met 35
zitplaatsen. De warmte-energie
wordt geleverd door een
warmtepomp. Waardoor men dus ook
een veeel lagere stookkost
bekomt. Alle resultaten staan
uitvoerig vermeld in het
eindwerk.
De goede resultaten van dit
proefproject op gebied van
warmtecomfort en energieverbruik
mogen in geen geval een eindpunt
betekenen. Het concept dient een
vervolg te kennen waarbij én de
techniek én de vormgeving verder
verfijnd worden tot een
flexibel, handig en praktisch
meubilair.
Er is een toekomst weggelegd
voor hedendaagse kerkbanken.
Bibliografie
Staat vermeld in eindwerk
Document
Eindwerk
kerkbankverwarming.pdf