| X |
Onze
bekommernis
betreffende:
De
bescherming van de titel van landmeter-expert
Geachte mevrouw de
Minister,
In uw antwoord (dd. 07-12-2005) op het tot u gerichte verzoek tot
aanpassing van de wet dd. 11 mei 2003 door de vzw-bachelor.be schrijft
u: "Dit diploma (gegradueerde bouw optie vastgoed keuze meten) is,
zoals u trouwens zelf opmerkt, de opvolger van de afgeschafte opleiding
"gegradueerde in de topografie". Aangezien dit diploma nooit
aanvaard werd om te voldoen aan de voorwaarden voor de uitoefening van
het beroep van landmeter-expert, kan de verderzetting van het niet
aanvaarde diploma logischerwijze ook niet aanvaard worden."
Graag had ik als
student hierop gereageerd.
Het is helemaal niet noodzakelijk dat het diploma van "gegradueerde
in de topografie" voorkomt in de wet van 11 mei 2003 art.2, 1° d)
daar het diploma "gegradueerde bouw optie vastgoed keuze
meten" erin vermeld staat, zij het in de verkeerdelijk gekozen
benaming "gegradueerde bouwkunde optie vastgoed keuze
opmeten". Bij de Wet van 11 mei 2003 is dus goedgekeurd dat ons
diploma onder de vorm waaronder het nu bestaat WEL DEGELIJK toegang moet
geven tot het beroep van landmeter-expert, en dit naderhand zelfs zonder
de geïntegreerde proef af te leggen. (Arrest 19/2005, van 26 januari
2005 van het Arbitragehof zegt: "B.3.12.2. De bestreden bepaling
moet dan ook
noodzakelijkerwijze zo worden geïnterpreteerd dat het slagen voor de geïntegreerde
proef enkel wordt vereist voor de gegradueerde « landmeter-expert
vastgoed » in de Franse Gemeenschap - voor wie het slagen voor die
proef een voorwaarde is voor het behalen van dat diploma - en niet voor
de gegradueerde « bouwkunde en vastgoed, optie opmeten » in de Vlaamse
Gemeenschap, voor wie een dergelijke proef niet wordt vereist voor het
behalen van dat diploma.")
Met alle respect wensen wij u ervan in te lichten dat uw antwoord dd.
07-12-2005 aan de vzw-bachelor (en onrechtstreeks dus ook aan ons als
studenten) bijgevolg geen steek houdt, daar u zich blijkbaar bekommert
om een probleem dat er niet is. Het antwoord dat u geeft is reeds
achterhaald vanaf 11 mei 2003, daar toen bepaald werd in de wet van 11
mei 2003 art.2, 1° d) dat houders van het diploma gegradueerde
"landmeter-expert vastgoed" en houders van het diploma van
gegradueerde "bouwkunde en vastgoed, optie
opmeten" conform de wet dienen toegelaten te worden tot het beroep
van landmeter-expert.
De wet vervolgde dat beide diploma's dienden aangevuld te worden met een
getuigschrift van slagen voor de geïntegreerde proef voor uitreiking
van de titels van meetkundige-schatter van onroerende goederen. Maar
zoals ik u daarnet uitlegde is deze bepaling komen te vervallen door het
aangehaalde arrest van het Arbitragehof, dd. 26 januari 2005.
Ik ben mij er terdege van bewust dat missen menselijk is, en dat
typfouten of vormfouten in wetteksten bijgevolg beslist kunnen
voorkomen. Dat is trouwens ook de overtuiging van de Belgische
rechtspraak, waarvoor we verwijzen naar een uitspraak van het Hof van
Cassatie dd. 4 maart 1879 ( Cass., 4 maart 1879, Pas., 1879 , blz.165 ).
Het Cassatiehof verklaart hierin dat het de mening toegedaan is dat de
materiële vergissingen in de wetten dienen rechtgetrokken te worden
door iedere rechter om de betekenis van de tekst van de wet weer te
geven in dezelfde zin als die van de besprekingen in het parlement.
Tevens is volgens de advocaat van de Staat en van de Federale Raad en de
Federale Raad van Beroep het orgaan van de Federale Raad van Beroep een
administratief rechtscollege, waaruit wij dan toch mogen concluderen dat
het probleem nog eenvoudiger op te lossen valt dan gedacht, als met name
de Federale Raad van Beroep zelf de materiële vergissing in de wettekst
zou aanpassen???
Wij wensen er nogmaals op te drukken dat wet dd. 11 mei 2003 art.2,1°,d)
geen verkeerd diploma vermeldt, doch wel het diploma "gegradueerde
bouw, optie vastgoed, keuze meten" zij het in een verkeerde
ONBESTAANDE benaming, conform het Decreet betreffende de hogescholen in
de Vlaamse Gemeenschap d.d. 13 juli 1994 (blz 136)
Daarom vragen wij U, Mevrouw de Minister, om zo snel mogelijk alle
nodige stappen te doen om de vormfout in de wet van 11 mei 2003 art. 2,
1° d) (en het op de hierin vermelde FOUTE termen gebaseerde Arrest van
het Arbitragehof van 26 januari 2005, Arrest nr. 19/2005) recht te
zetten of te laten rechtzetten, en dit in toepassing van de uitspraak
van het Hof van Cassatie dd. 4 maart 1879.
Rekenend op een snel en positief antwoord, verblijf ik inmiddels
hoogachtend,
De Schamp Bjorn
Student van de Hogeschool Gent
opleiding Gegradueerde bouw optie vastgoed keuze meten
|
X |