X  
X

Competenties van de professionele bachelor
bij de leden van vzw-Bachelor.be

Professioneel gerichte bachelorsopleiding studiegebied Gezondheidszorg

Bachelor in het onderwijs: lager onderwijs

EHB departement Gezondheidszorg en Lerarenopleiding

EHSAL departement Vorming en welzijn

HA departement BLS

KATHO departement PHO

KHM departement Verpleegkunde-Leraren


Katholieke Hogeschool Mechelen - MECHELEN - Associatie K.U.Leuven - top

De bachelor in onderwijs, lager onderwijs verwerft de startcompetenties voor een goed leraar in de basisschool waar hij/zij 6 tot 12-jarigen begeleidt. Hij/zij kan volwaardig en zelfstandig functioneren conform het beroepsprofiel van onderwijzer(es) - als begeleider van leer- en ontwikkelingsprocessen, als opvoeder, als inhoudelijk expert, als organisator, als innovator en onderzoeker, als partner van ouders/verzorgers, als partner van externen, als lid van de onderwijsgemeenschap, als lid van een schoolteam en als cultuurparticipant - op het niveau van een beginnend beroepsbeoefenaar.

De afgestudeerde kan beroepsspecifieke informatie terugvinden en opzoeken, analyseren (kan in beroepsspecifieke bronnen het belang van informatie-elementen bepalen en synthetiseren) en kan beroepsspecifieke informatie verwerven zodat het voor eigen toekomstig gebruik beschikbaar is. Hij/zij kan deze informatie correct en adequaat zowel mondeling als schriftelijk presenteren zowel aan professionelen als aan leken/derden/ouders. Daarbij gaat hij/zij oordeelkundig om met ICT en integreert hij/zij deze in zijn/haar didactisch handelen.

De afgestudeerde is in staat het eigen functioneren te evalueren, er positieve en negatieve kanten in te identificeren en leerpunten te formuleren. Deze kritische reflectie impliceert een constructieve redenering die tot het bijsturen van het handelen kan leiden. De onderwijzer(es) is in staat de praktische grenzen van beroepsspecifieke inzichten en gebruiken te vatten en alternatieve werkwijzen in overweging te nemen.

De onderwijzer(es) is in staat om een voor hem/haar nieuw (niet eerder behandeld) probleem te analyseren, het te relateren aan reeds gekende en opgeloste problemen of een creatieve oplossing te genereren. Hij/zij kan bij eventuele moeilijkheden gericht hulp zoeken en vragen.
De afgestudeerde is in staat een werkplanning op te maken, een vergadering te leiden en doelgericht werken bij anderen te bevorderen. Bovendien kan hij/zij zowel schriftelijk als mondeling de eigen aanpak verantwoorden en op een eenvoudige wijze de basisprincipes of de gevolgde werkmethode toelichten.

De onderwijzer(es) identificeert op basis van een kritische reflectie op het eigen functioneren sterkten/zwakten en gaat op zoek naar wegen om de vastgestelde leerpunten weg te werken. De afgestudeerde is bereid om de eigen competenties door zelfstudie en deskundigheidsontwikkeling te verdiepen, te verbreden of uit te breiden. Hij/zij heeft een ingesteldheid tot levenslang leren ontwikkeld.

De afgestudeerde is in staat in een multicultureel/multidisciplinair team een eigen constructieve inbreng te hebben en kan met respect voor de inbreng van de anderen in het team constructieve oplossingen voorstellen.
De LLO- opleiding biedt hem hiertoe kansen via de probleemgestuurde modulaire aanpak (met casusbehandeling, in basisoverleggroepen, PGL-parlement, met peerassessment) en via internationale, multiculturele en/of multidisciplinaire omgevingen.

De afgestudeerde is in staat een breed gamma aan concrete beroepsspecifieke problemen op te lossen. De afgestudeerde analyseert hierbij methodisch de situatie en integreert (desgevallend interdisciplinair) inzichten om tot een passende oplossing te komen.Tijdens de opleiding werd hij geconfronteerd met realistisch reken- en taalonderwijs, met authentieke problemen waarbij inzichten uit verschillende disciplines dienen te worden aangewend
De onderwijzer(es) is in staat om zelfstandig en in overeenstemming met beroepsspecifieke inzichten, ervaringen en bevindingen, een kwaliteitsvolle redenering op te bouwen.

De onderwijzer(es) is aantoonbaar gevoelig voor het bestaan van ethische, normatieve en maatschappelijke vragen in concrete beroepssituaties. Hij/zij kan een beredeneerd standpunt innemen en verantwoordelijkheid ervoor opnemen in de confrontatie met een ethische, normatieve of maatschappelijke vraag. Binnen het opleidingsonderdeel 'socio-cultureel-engagement' komt dit uitdrukkelijk aan bod in de opleiding


Katholieke Hogeschool Zuid-West-Vlaanderen - TIELT / TORHOUT - Associatie K.U.Leuven - top

Algemene competenties

Denk- en redeneervaardigheid, het vermogen tot verwerven en verwerken van informatie, het vermogen tot kritische reflectie en projectmatig werken, creativiteit, het kunnen uitvoeren van eenvoudige taken, het vermogen tot communiceren van informatie, ideeën, problemen en oplossingen, zowel aan specialisten als aan leken en een ingesteldheid tot levenslang leren.

Algemene beroepsgerichte competenties

Teamgericht kunnen werken, oplossingsgericht kunnen werken in de zin van het zelfstandig kunnen definiëren en analyseren van complexe probleemsituaties in de beroepspraktijk en het kunnen ontwikkelen en toepassen van zinvolle oplossingsstrategieën, en het besef van maatschappelijke verantwoordelijkheid samenhangen met de beroepspraktijk.

Beroepsspecifieke competenties

De initiële lerarenopleiding lager onderwijs (ILLO) beoogt het zelfstandig kunnen beheren van de leer- en ontwikkelingsprocessen bij lagere school-kinderen. Deze opleiding loopt in principe over 3 academiejaren, eventueel aangepast aan een individueel leertraject.

Binnen de optiek van het verwerven van de basiscompetenties voor de beginnende leraar lager onderwijs bevat de opleiding 3 basiscomponenten:

  • Het verwerven van ondersteunende kennis, nodig voor het uitoefenen van het beroep van leraar in het lager onderwijs. Deze kennis bevat (1) theorie m.b.t. de vakken waarover onderwijsbevoegdheid wordt bekomen, (2) de bij deze theorie horende methodieken en (3) theorie m.b.t. ondersteunende leerinhouden.
    De bedoelde vakken zijn:
    Godsdienst, opvoedkunde, psychologie, didactiek, agogische vaardigheden, informatie- en communicatietechnologie, Nederlands, wiskunde, Frans, wereldoriëntatie (aardrijkskunde, geschiedenis, natuurwetenschappen), bewegingsopvoeding, muzikale opvoeding en beeldopvoeding.

  • Het verwerven van beroepsrelevante vaardigheden waarmee de verantwoordelijkheid t.a.v. de leerling van de lerende, de school(gemeenschap), de ouders en de maatschappij succesvol kan opgenomen worden (bevorderen van het leer- en ontwikkelingsproces bij de lerende, constructief werken in team binnen de schoolgemeenschap, verantwoord omgaan met de ouders/verzorgers, open cultuurparticipatie).

  • Het verwerven van beroepsrelevante attitudes in functie van voorbeeldgedrag en lerend leven.

De lerarenopleiding ILLO streeft integratie, d.i. het spontaan toepassen en het in elkaar verweven van bovenstaande componenten na. Dit komt bij uitstek tot uiting in:

  • de (doorheen de opleiding steeds omvangrijker wordende) stagepraktijk;

  • het eindwerk (actiegericht onderzoek en/of studie met praktijkrelevante afleidingen)

Via dit curriculum worden de volgende basiscompetenties voor de beginnende leraar LO gerealiseerd:

  • Het begeleiden van leer- en ontwikkelingsprocessen bij kinderen door alle componenten van het didactisch handelen doelgericht te kunnen hanteren.

  • Als opvoeder de persoonsontwikkeling van kinderen positief te beïnvloeden en dit ook bij moeilijk lerende kinderen.

  • Het beheersen, aanwenden en actualiseren en in context plaatsen van de basiskennis, nodig om de beoogde leer- en ontwikkelingsdomeinen te kunnen stimuleren.

  • Het organiseren en beheren van de leeromgeving als efficiënte, veilige en krachtige ontwikkelingsfactor voor de lerende.

  • Het zinvol en kritisch kunnen aanwenden van recente onderwijs-innovaties en bevindingen van onderwijskundig onderzoek in de eigen lespraktijk.

  • Het zorgzaam, ethisch verantwoord en constructief omgaan met de ouders/verzorgers van het kind;

  • Het collegiaal en resultaatgericht kunnen functioneren binnen het schoolteam.

  • Het kunnen leggen van contacten, overleggen en samenwerken met school-externe onderwijsbetrokken instanties.

  • Het zinvol kunnen deelnamen aan maatschappelijk overleg omtrent actuele onderwijskundige thema's.

  • Het kaderen, kritisch omgaan en deelnemen aan allerlei uitingen van cultuur (politiek, economie, kunst, wetenschap, levensbeschouwing)

  • Het als een enthousiast en bezielend persoon, georiënteerd op lerend leven, aanwezig zijn in de leeromgeving.


Europese Hogeschool Brussel - BRUSSEL - Associatie K.U.Leuven - top

De eindtermen voor de opleiding tot bachelor in lager onderwijs zijn gebaseerd op drie pijlers: het structuurdecreet (2003), Beroepsprofielen en basiscompetenties van de leraren. Decretale tekst en memorie van toelichting (1999) en de ontwikkelingsdoelen en eindtermen voor het basisonderwijs (1997).De onderwijzer beschikt over volgende algemene competenties: beroepsspecifiek kunnen redeneren, beroepsspecifieke informatie zelfstandig en kritisch kunnen verwerven en verwerken, kritisch kunnen reflecteren op het beroepsspecifieke functioneren. De algemene competenties inzake leiding geven, communiceren, ingesteldheid tot levenslang leren zijn opgenomen in de basiscompetenties van de leraar lager onderwijs. De algemene beroepsgerichte competenties zoals teamgericht kunnen werken, het kunnen toepassen van zinvolle oplossingsstrategieën in complexe probleemsituaties in de beroepspraktijk en het besef hebben van maatschappelijke verantwoordelijkheid samenhangend met de beroepspraktijk zijn eveneens eindtermen die in het specifieke opleidingsprofiel van de onderwijzer worden opgenomen.

De decretale basiscompetenties voor de leraar lager onderwijs zijn gegroepeerd in tien functionele gehelen waarbij een verruimde professionaliteitsopvatting centraal staat. In deze emancipatorische visie wordt vooral de nadruk gelegd op het professioneel ontwikkelingsproces van de leraar. Volgende functionele gehelen van competenties worden beoogd tijdens de opleiding.

  • De onderwijzer als begeleider van leer- en ontwikkelingsprocessen is bekwaam om adequate leeromgevingen te ontwerpen, realiseren en evalueren waarbij de kinderen op een efficiënte wijze leerresultaten kunnen bereiken.

  • De onderwijzer als opvoeder is gericht op waardeontwikkeling en kan hiertoe een pedagogisch klimaat creëren waarin kinderen zich veilig en gewaardeerd voelen.

  • De onderwijzer als inhoudelijke expert. De expertise op dit gebied betreft zowel de algemene pedagogische achtergrond over het lager onderwijs als de vakinhoudelijke kennis en vaardigheden die noodzakelijk zijn om de decretale eindtermen van het basisonderwijs te kunnen realiseren in de klas- en schoolcontext.

  • De onderwijzer als organisator beschikt over de competenties om een gestructureerd leer-, leef- en werkklimaat aan te brengen.

  • De onderwijzer als innovator/onderzoeker is bekwaam om vernieuwende elementen, vanuit onderzoek en opleiding, in het schoolgebeuren aan te wenden.

  • De onderwijzer is als partner van de ouders/verzorgers in staat om hen te informeren over de leerling en het onderwijs en kan hen betrekken bij het klasgebeuren.

  • De onderwijzer is kan als lid van een schoolteam deelnemen in de verantwoordelijkheid om voortdurende verbetering van de organisatie van opvoeding en onderwijs in de school te brengen.

  • In de samenwerking met externen kan de onderwijzer goede contacten leggen, informatie uitwisselen, advies inwinnen en de activiteiten op elkaar afstemmen.

  • Als lid van de onderwijsgemeenschap kan de onderwijzer reflecteren over zijn beroep en het belang van dit beroep situeren in de samenleving. Hij kan deelnemen aan het maatschappelijke debat over onderwijskundige thema's.

  • Als cultuurparticipant is hij betrokken op wat in de samenleving gebeurt en beschikt hij over interpretatiekaders om kritisch met informatie over cultuurgoederen om te gaan en er een verantwoord standpunt over in te nemen.
    De beroepshoudingen die ondersteunend zijn bij deze tien competentiedomeinen zijn gebundeld in tien attitudes die doorheen de opleiding centraal worden gesteld voor de toekomstige beroepsbeoefenaar. 
    Het betreft: 

    • Beslissingsvermogen, 

    • Relationele gerichtheid, 

    • Kritische ingesteldheid, 

    • Leergierigheid, 

    • Organisatievermogen, 

    • Zin voor samenwerking, 

    • Verantwoordelijkheidszin, 

    • Creatieve gerichtheid, 

    • Flexibiliteit, 

    • Gerichtheid op adequaat en correct taalgebruik en communicatie.


Erasmus Hogeschool - BRUSSEL - Universitaire Associatie Brussel - top

Algemene competenties

  • kritische denk- en redeneervaardigheid en de eigenschap om creativiteit en zelfwerkzaamheid te combineren
  • het vermogen tot communiceren van informatie, ideeën, problemen en oplossingen
  • De professionele bachelor neemt bovendien ethische en maatschappelijke overwegingen mee bij het zoeken naar oplossingen. De professionele bachelor is in staat een eigen visie op het beroep te ontwikkelen en in verband te brengen met relevante vraagstukken in de beroepsuitoefening en koppelt dat aan een ingesteldheid tot levenslang leren.

Algemene beroepsgerichte competenties

Een bachelor leraar lager onderwijs moet deskundig kunnen handelen als opvoeder en als begeleider van leer- en ontwikkelingsprocessen. Daarnaast is de leraar lager secundair onderwijs een inhoudelijk expert en een bekwaam organisator. De afgestudeerde kan vernieuwende elementen aanwenden en aanbrengen. Als partner van de ouders, lid van een schoolteam en de schoolgemeenschap kan hij samenwerken. Tenslotte, is de leraar in het secundair onderwijs ook een kritische cultuurparticipant.

De professionele bachelor leraar lager onderwijs beschikt over attitudes die hem in staat stellen actief, communicatief en efficiënt zijn verantwoordelijkheid te dragen binnen de schoolgemeenschap.


Hogeschool Antwerpen - ANTWERPEN / LIER - Associatie Universiteit en Hogescholen Antwerpen - top

Zie Beroepsprofielen en basiscompetenties van de leraren. Decretale tekst en memorie van toelichting. Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Departement Onderwijs, Afdeling informatie en documentatie, januari 1999. Deze tekst wordt momenteel (24-6-2003) in opdracht van de minister geactualiseerd in samenwerking met de verschillende lerarenopleidingen van alle hogescholen

X
 
vzw-Bachelor.be hoofdmenu