| X |
Competenties
van de professionele bachelor
bij de leden van
vzw-Bachelor.be

Professioneel
gerichte bachelorsopleiding studiegebied Gezondheidszorg
Bachelor
in het onderwijs: kleuteronderwijs
EHB
departement Gezondheidszorg en Lerarenopleiding
EHSAL
departement Vorming en welzijn
HA
departement BLS
KATHO
departement PHO
KHM
departement Verpleegkunde-Leraren
Katholieke
Hogeschool Mechelen - MECHELEN - Associatie K.U.Leuven
- top
De bachelor in
onderwijs, kleuteronderwijs bezit de startcompetenties voor de leraar
in de basisschool die 2,5- tot 6-jarige kinderen begeleidt. Aan het
einde van de opleiding kan de leraar volwaardig, zelfstandig en
conform het beroepsprofiel op het niveau van een beginnend
beroepsbeoefenaar, functioneren als begeleider van leer- en
ontwikkelingsprocessen in de basisschool, als opvoeder, als
inhoudelijk expert, als organisator, als innovator en onderzoeker, als
partner van ouders, als partner van externen, als lid van de
onderwijsgemeenschap, als lid van een schoolteam en als
cultuurparticipant.
De afgestudeerde kan beroepsspecifieke informatie vinden, verwerken en
beschikbaar houden voor gebruik in de toekomst. Over deze informatie
kan hij ook communiceren met alle betrokkenen in het onderwijs. Deze
vaardigheden worden in de opleiding o.a. geoefend bij de voorbereiding
van de talrijke stages.
De afgestudeerde kan kritisch reflecteren over alle aspecten van zijn
functioneren en stapsgewijze leerdoelen bepalen. Op deze wijze wordt
het pedagogisch en didactisch handelen systematisch bijgestuurd. Ook
het relationeel handelen met alle onderwijsbetrokkenen is permanent
onderwerp van reflectie. Vooral bij het individueel terugblikken -
dagelijks en schriftelijk - tijdens de stages wordt deze vaardigheid
geoefend. Er worden eveneens reflectiesessies in groep georganiseerd.
Onderwerp daarvan zijn o.a. de eigen aanpak van de studie in het
eerste jaar en het pedagogisch en didactisch handelen in het tweede en
derde opleidingsjaar.
De afgestudeerde is in staat en bereid om in team te werken. Hij kan
hierin een constructieve inbreng hebben met respect voor de inbreng
van anderen. Hij kan problemen voorleggen, analyseren en actief mee
zoeken naar oplossingen, deze evalueren en gepast gebruiken. Deze
vaardigheden worden voornamelijk geoefend in de reflectiesessies en
tijdens stages. Daarnaast worden vooral in het derde jaar opdrachten
gerealiseerd waarbij moet samengewerkt worden met het team van
stagescholen.
De afgestudeerde is in staat om alle taken die bij zijn functie in de
basisschool horen, realistisch en zorgvuldig te plannen en stipt uit
te voeren. Hij kan deze plannen ook toelichten en verantwoorden o.a.
tijdens teamvergaderingen. Deze vaardigheden worden verworven tijdens
de talrijke planningsgesprekken in voorbereiding op stages en in
contacten met de stagementoren.
De afgestudeerde kan zijn eigen aanpak, de basisprincipes en methodes
mondeling en schriftelijk toelichten en verantwoorden. Ook dit is
regelmatig onderwerp van gesprek tijdens de reflectiesessies maar ook
bij individuele planningsgesprekken met de stagebegeleiders in
voorbereiding op stages en tijdens stagebezoeken.
De afgestudeerde leraar kan ICT op een doelmatige en functionele
manier hanteren. De afgestudeerde is bereid om de eigen competenties
door zelfstudie en het volgen van nascholing te verdiepen en te
verbreden.
De beginnende leraar kleuteronderwijs is gevoelig voor ethische en
maatschappelijke vragen en kan deze ook vertalen in een gepast aanbod
voor jonge kinderen. Dit komt vooral aan bod in het
opleidingsonderdeel Socio-cultureel engagement en in de
afstudeerscriptie waarbij een actuele maatschappelijke tendens of
gebeurtenis vertaald wordt in een aanbod voor jonge kinderen.
Katholieke
Hogeschool Zuid-West-Vlaanderen - TIELT - Associatie K.U.Leuven
- top
Algemene
competenties
Denk- en redeneervaardigheid, het vermogen tot verwerven en verwerken
van informatie, het vermogen tot kritische reflectie en projectmatig
werken, creativiteit, het kunnen uitvoeren van eenvoudige taken, het
vermogen tot communiceren van informatie, ideeën, problemen en
oplossingen, zowel aan specialisten als aan leken en een ingesteldheid
tot levenslang leren.
Algemene beroepsgerichte competenties
Teamgericht kunnen werken, oplossingsgericht kunnen werken in de zin
van het zelfstandig kunnen definiëren en analyseren van complexe
probleemsituaties in de beroepspraktijk en het kunnen ontwikkelen en
toepassen van zinvolle oplossingsstrategieën, en het besef van
maatschappelijke verantwoordelijkheid samenhangen met de
beroepspraktijk.
Beroepsspecifieke competenties
De opleiding beoogt het zelfstandig kunnen managen van de
ontwikkelingsprocessen bij kleuters.
Deze opleiding loopt over 3 academiejaren.
De opleiding omvat 3 basiscomponenten:
-
praktijkvorming
: het verwerven van de nodige pedagogisch-didactische inzichten
vaardigheden en attituden om kleuters van 2 tot 6 jaar in groep tot
optimale ontwikkeling te brengen.
-
Theoretische
vorming : deze vorming beoogt de kennisverwerving eigen aan dit
beroep en is op te delen in twee subcomponenten. Enerzijds een
algemene theoretische opleiding gericht op eigen verstandelijke
ontwikkeling van de student. Anderzijds een toegepaste theoretische
opleiding gericht op het verwerven van de beroepsspecifieke
methodische vaardigheden. De
bedoelde vakken zijn :
Godsdienst, opvoedkunde, psychologie, didactiek, agogische
vaardigheden, informatie- en communicatietechnologie, geïntegreerde
muzische vorming, Nederlands, wiskunde, wereldoriëntatie,
bewegingsopvoeding, muzikale opvoeding en beeldopvoeding.
-
het
eindwerk : een persoonlijke scriptie die erop gericht is via
actiegericht onderzoek een relevant praktijkprobleem door te lichten
en eventueel te voorzien van actie-suggesties.
Via dit
curriculum worden de volgende eindtermen (startcompetenties)
gerealiseerd bij de student :
-
het
begeleiden van leer- en ontwikkelingsprocessen bij kinderen door
alle componenten van het didactisch handelen te kunnen doelgericht
te hanteren;
-
als
opvoeder de persoonsontwikkeling van kinderen positief te beïnvloeden
en dit ook bij moeilijk lerende kinderen;
-
de
basiskennis beheersen en updaten die nodig is om de beoogde leer- en
ontwikkelingsdomeinen te kunnen stimuleren;
-
de
leeromgeving zo structureren dat zij hierdoor een krachtige
ontwikkelingsfactor voor de lerende;
-
kennis
hebben van recente innovatie-impulsen en onderzoek en die ten gunste
van het onderwijsgebeuren kunnen aanwenden;
-
deskundig
en partner-like kunnen omgaan met de ouders/verzorgers van het kind;
-
collegiaal
en resultaatgericht kunnen functioneren binnen het schoolteam;
-
als
onderwijsexpert kunnen contacten leggen, overleggen en samenwerken
met school-externe onderwijsbetrokken instanties.
-
een
maatschappelijk debat kunnen meevoeren aangaande onderwijskundige
thema's;
-
relevante
informatie kunnen hanteren rond actuele socio-economisch-culturele
thema's;
Europese
Hogeschool Brussel - BRUSSEL - Associatie K.U.Leuven
- top
De
eindtermen voor de opleiding tot bachelor in kleuteronderwijs zijn
gebaseerd op drie pijlers: het structuurdecreet (2003), Beroepsprofielen
en basiscompetenties van de leraren. Decretale tekst en memorie van
toelichting (1999) en de ontwikkelingsdoelen en eindtermen voor het
basisonderwijs (1997).De kleuteronderwijzer beschikt over volgende
algemene competenties: beroepsspecifiek kunnen redeneren,
beroepsspecifieke informatie zelfstandig en kritisch kunnen verwerven en
verwerken, kritisch kunnen reflecteren op het beroepsspecifieke
functioneren. De algemene competenties inzake leiding geven,
communiceren, ingesteldheid tot levenslang leren zijn opgenomen in de
basiscompetenties van de leraar kleuteronderwijs. De algemene
beroepsgerichte competenties zoals teamgericht kunnen werken, het kunnen
toepassen van zinvolle oplossingsstrategieën in complexe
probleemsituaties in de beroepspraktijk en het besef hebben van
maatschappelijke verantwoordelijkheid samenhangend met de
beroepspraktijk zijn eveneens eindtermen die in het specifieke
opleidingsprofiel van de onderwijzer worden opgenomen.
De decretale basiscompetenties voor de leraar kleuteronderwijs zijn
gegroepeerd in tien functionele gehelen waarbij een verruimde
professionaliteitsopvatting centraal staat. In deze emancipatorische
visie wordt vooral de nadruk gelegd op het professioneel
ontwikkelingsproces van de leraar. Volgende functionele gehelen van
competenties worden beoogd tijdens de opleiding.
-
De
kleuteronderwijzer als begeleider van leer- en
ontwikkelingsprocessen is bekwaam om adequate leeromgevingen te
ontwerpen, realiseren en evalueren waarbij de kinderen op een efficiënte
wijze leerresultaten kunnen bereiken..
-
De
kleuteronderwijzer als opvoeder is gericht op waardeontwikkeling en
kan hiertoe een pedagogisch klimaat creëren waarin kinderen zich
veilig en gewaardeerd voelen.
-
De
kleuteronderwijzer als inhoudelijke expert. De expertise op dit
gebied betreft zowel de algemene pedagogische achtergrond over het
lager onderwijs als de vakinhoudelijke kennis en vaardigheden die
noodzakelijk zijn om de decretale eindtermen van het basisonderwijs
te kunnen realiseren in de klas- en schoolcontext.
-
De
kleuteronderwijzer als organisator beschikt over de competenties om
een gestructureerd leer-, leef- en werkklimaat aan te brengen.
-
De
kleuteronderwijzer als innovator/onderzoeker is bekwaam om
vernieuwende elementen, vanuit onderzoek en opleiding, in het
schoolgebeuren aan te wenden.
-
De
kleuteronderwijzer is als partner van de ouders/verzorgers in staat
om hen te informeren over de leerling en het onderwijs en kan hen
betrekken bij het klasgebeuren.
-
De
kleuteronderwijzer is kan als lid van een schoolteam deelnemen in de
verantwoordelijkheid om voortdurende verbetering van de organisatie
van opvoeding en onderwijs in de school te brengen.
-
In de
samenwerking met externen kan de kleuteronderwijzer goede contacten
leggen, informatie uitwisselen, advies inwinnen en de activiteiten
op elkaar afstemmen.
-
Als lid
van de onderwijsgemeenschap kan de kleuteronderwijzer reflecteren
over zijn beroep en het belang van dit beroep situeren in de
samenleving. Hij kan deelnemen aan het maatschappelijke debat over
onderwijskundige thema's.
-
Als
cultuurparticipant is hij betrokken op wat in de samenleving gebeurt
en beschikt hij over interpretatiekaders om kritisch met informatie
over cultuurgoederen om te gaan en er een verantwoord standpunt over
in te nemen.
De beroepshoudingen die ondersteunend zijn bij deze tien
competentiedomeinen zijn gebundeld in tien attitudes die doorheen de
opleiding centraal worden gesteld voor de toekomstige
beroepsbeoefenaar.
Het betreft:
Erasmus
Hogeschool - BRUSSEL - Universitaire Associatie Brussel
- top
Algemene competenties
- kritische denk- en
redeneervaardigheid en de eigenschap om creativiteit en
zelfwerkzaamheid te combineren
- het vermogen tot
communiceren van informatie, ideeën, problemen en oplossingen
De professionele bachelor
neemt bovendien ethische en maatschappelijke overwegingen mee bij het
zoeken naar oplossingen. De professionele bachelor is in staat een eigen
visie op het beroep te ontwikkelen en in verband te brengen met
relevante vraagstukken in de beroepsuitoefening en koppelt dat aan een
ingesteldheid tot levenslang leren
Algemene beroepsgerichte competenties
Een bachelor leraar kleuteronderwijs moet deskundig kunnen handelen als
opvoeder en als begeleider van leer- en ontwikkelingsprocessen.
Daarnaast is de leraar lager secundair onderwijs een inhoudelijk expert
en een bekwaam organisator. De afgestudeerde kan vernieuwende elementen
aanwenden en aanbrengen. Als partner van de ouders, lid van een
schoolteam en de schoolgemeenschap kan hij samenwerken. Tenslotte, is de
leraar in het secundair onderwijs ook een kritische cultuurparticipant.
De professionele bachelor leraar kleuteronderwijs beschikt over
attitudes die hem in staat stellen actief, communicatief en efficiënt
zijn verantwoordelijkheid te dragen binnen de schoolgemeenschap
Hogeschool
Antwerpen - ANTWERPEN / LIER - Associatie Universiteit en
Hogescholen Antwerpen
- top
Zie Beroepsprofielen en
basiscompetenties van de leraren. Decretale tekst en memorie van
toelichting. Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Departement
Onderwijs, Afdeling informatie en documentatie, januari 1999. Deze tekst
wordt momenteel (24-6-2003) in opdracht van de minister geactualiseerd
in samenwerking met de verschillende lerarenopleidingen van alle
hogescholen
|
X |