| X |
Competenties
van de professionele bachelor
bij de leden van
vzw-Bachelor.be

Professioneel
gerichte bachelorsopleiding studiegebied Biotechniek
Bachelor
in de agro- en biotechnologie
HOGENT
departement BIOT
KaHo St.
Lieven departement St. Niklaas
KATHO
departement HIVB
KHK
departement IIBT
PHL
departement Biotechniek
Hogeschool
Gent - MELLE - Associatie Universiteit Gent
- top
afstudeerrichtingen:
Dierenzorg
Groenmanagement
Landbouw
Voedingsmiddelentechnologie
1.
Algemene competenties
Denk- en redeneervaardigheid, het vermogen tot verwerven en
verwerken van informatie, het vermogen tot kritische reflectie en
projectmatig werken, creativiteit, het vermogen tot communiceren van
informatie, ideeën, problemen en oplossingen, zowel aan specialisten
als aan leken en een ingesteldheid tot levenslang leren.
2. Algemene beroepsgerichte competenties
Teamgericht kunnen werken, oplossingsgericht kunnen werken in de zin
van het zelfstandig kunnen definiëren en analyseren van complexe
probleemsituaties in de beroepspraktijk en het kunnen ontwikkelen en
toepassen van zinvolle oplossingsstrategieën, en het besef van
maatschappelijke verantwoordelijkheid samenhangen met de
beroepspraktijk.
3. Beroepsspecifieke competenties per afstudeerrichting:
- LANDBOUW:
Hier staat het sturen, leiden en controleren van dier en plant
centraal tot op het niveau van de eerste verwerking. De
verschillende teelttechnieken van landbouwgewassen kunnen toepassen,
vanuit een duurzame en economische invalshoek bekeken naar
teelttechniek en -planning, mechanisatie, bemesting en verwerking
toe. Voedselproducerende dieren in een optimale sanitaire en
efficiënte omgeving kunnen houden, met oog voor huisvesting,
voeding, fokkerij, gezondheid, milieu en wetgeving.
- DIERENZORG:
Bezitten de nodige competenties inzake gedragsleer of ethologie,
ziektenleer, preventieve verzorgingstechnieken en veterinaire
assistentietechnieken van dierenzorg. De principes van veredeling en
fokkerij, de huisvesting en hygiëne zijn gekend en kunnen vakkundig
toegepast worden bij de voornaamste gezelschapsdieren, vogels,
reptielen, vissen, bijen, insectenkweek voor dierlijke consumptie en
hun biologische toepassingen. Het management en de administratie
rond het houden en verzorgen van dieren kunnen toepassen. Beheersen
van wildlife management en internationale aspecten van fauna (recht
en handel). Kunnen reflecteren inzake de anatomie en morfologie van
laboratoriumdieren en de aanpak van stress en adaptatie.
- GROENMANAGEMENT:
Vanuit een ontwerp of beplantingsplan oplossingsgericht de
technische vaardigheden, plantenkennis en toegepaste mechanisatie
kunnen toepassen in groenmanagement. Visie, organisatie, planning,
machineparkbeheer, bestek en kostprijsberekening zijn zeer
belangrijke peilers. In staat zijn om ecologische principes,
populatiedynamiek, vegetatiekunde, beheerstechnieken en faunabeheer
toe te passen. Softwarepakketten, ruimtelijke plannen,
kaartmateriaal en wetgeving kunnen hanteren bij het uitwerken van
beheersplannen of projecten van natuurinrichting.
De kennis van de botanische eigenschappen van de plant is de
vertrekbasis bij plantmanagement. De veredeling, in-vitroteelt
teeltprincipes bij de opkweek en gewasbescherming van
nijverheidsgewassen kennen en kunnen toepassen. In het kader van de
bedrijfsbegeleiding van de plant kunnen teelten opgevolgd en de
resultaten geregistreerd worden. In het labo kunnen substraten en
gietwater ontleed en geanalyseerd worden. In deze sector is het van
primordiaal belang de competentie te bezitten om ziekten en plagen
waar te nemen en te determineren, om uiteindelijk een ecologisch
verantwoorde en doeltreffende behandeling te kunnen uitvoeren.
- VOEDINGSMIDDELENTECHNOLOGIE:
De afgestudeerden beheersen de bewerkings- en verwerkingsprocessen
van primaire producten tot veilige en gezonde voedingsmiddelen. Als
voedingsmiddelentechnoloog zijn ze vertrouwd met de
productieprocessen van zuivel, groentenconserven, vruchtensappen,
brood en deegwaren, vleeswaren, chocolade, suiker, enz. Zij zijn
onderlegd in de levensmiddelenmicrobiologie en zijn aldus in staat
om de interacties te begrijpen die aanleiding kunnen geven tot
voedselbederf. In het kader van de ketenbewaking kunnen ze met
kennis van zaken kwaliteitsplannen opstellen en interpreteren, HACCP-
teams leiden of ondersteunen en de juiste reiniging en desinfectie
toepassen.
In elke afstudeerrichting zijn dus specifieke technische
competenties, economische competenties, communicatievaardigheden,
bedrijfsorganisatie, management-vaardigheden, kwaliteitsbewustzijn
en wetenschappelijkheid (ecologie, maatschappelijke verantwoording)
vereist en het kunnen reflecteren op het metaluik en de biologische
dimensie van belang.
De 5 beroepsspecifieke competenties voor de agro- en
biotechnologische sector
1. Verantwoord en duurzaam omgaan met levend materiaal of in functie
van levend materiaal in de sector.
2. Technisch - technologisch vaardig zijn in de sector.
3. Commercieel verantwoord handelen in de sector.
4. Werkeenheid kunnen managen in de sector.
5. Kwaliteitszorgsystemen kunnen hanteren en/of realiseren in de
sector.
Katholieke
Hogeschool Sint-Lieven - SINT NIKLAAS - Associatie
K.U.Leuven - top
afstudeerrichtingen:
Agro-industrie
Dierenzorg
Groenmanagement
Landbouw
Het
werkterrein van een bachelor in de agro- en biotechnologie situeert
zich op het niveau van hoofd- en/of eindverantwoordelijke in de
agrarische en voedingssectoren, in natuur- en groenbeheer, in
dierverzorgende activiteiten en in ondersteunende en aanleunende
diensten.
Het algemene doel van de opleiding is dan ook te formuleren als:
‘het vormen van mensen die het uitoefenen van een
technisch-commerciële activiteit binnen een bio-ethische omgeving
beheersen’.
Voor de ‘algemene competenties’ en de ‘algemene beroepsgerichte
competenties’ verwijzen we naar het ‘eindverslag van de werkgroep
bamaprofielen van de associatie K.U.Leuven’.
De ‘beroepsspecifieke competenties’ zijn opgesteld binnen de
‘overleg- en adviesgroep biotechniek’ in de schoot van het VVKHO. Ze
zijn geformuleerd als:
- verantwoord en duurzaam omgaan met levend materiaal of in functie
van levend materiaal in de sector
- technisch - technologisch vaardig zijn in de sector
- commercieel verantwoord handelen in de sector
- werkeenheid kunnen managen in de sector
- kwaliteitszorgsystemen kunnen hanteren en/of realiseren in de
sector
Katholieke
Hogeschool Zuid-West-Vlaanderen - ROESELARE - Associatie
K.U.Leuven - top
afstudeerrichtingen:
Agro-industrie
Biotechnologie
Dierenzorg
Groenmanagement
Landbouw
Tuinbouw
1. Algemene
competenties
Denk- en redeneervaardigheid, het vermogen tot verwerven en verwerken
van informatie, het vermogen tot kritische reflectie en projectmatig
werken, creativiteit, het kunnen uitvoeren van eenvoudige taken, het
vermogen tot communiceren van informatie, ideeën, problemen en
oplossingen, zowel aan specialisten als aan leken en een ingesteldheid
tot levenslang leren.
2. Algemene beroepsgerichte competenties
Teamgericht kunnen werken, oplossingsgericht kunnen werken in de zin
van het zelfstandig kunnen definiëren en analyseren van complexe
probleemsituaties in de beroepspraktijk en het kunnen ontwikkelen en
toepassen van zinvolle oplossingsstrategieën, en het besef van
maatschappelijke verantwoordelijkheid samenhangen met de
beroepspraktijk.
3. Beroepsspecifieke competenties
Uitgangspunt: de beroepsspecifieke competenties voor de agro- en
biotechnologische sector zijn technische competenties, economische
competenties, communicatievaardigheden, bedrijfsorganisatie,
managementvaardigheden, kwaliteitsbewustzijn en wetenschappelijkheid
(ecologie, maatschappelijke verantwoording), kunnen reflecteren op het
metaluik en de biologische dimensie
De 5 beroepsspecifieke competenties voor de agro- en biotechnologische
sector:
- Verantwoord en
duurzaam omgaan met levend materiaal of in functie van levend
materiaal in de sector.
- Technisch -
technologisch vaardig zijn in de sector.
- Commercieel
verantwoord handelen in de sector.
- Werkeenheid kunnen
managen in de sector.
- Kwaliteitszorgsystemen
kunnen hanteren en/of realiseren in de sector.
Katholieke
Hogeschool Kempen - GEEL - Associatie K.U.Leuven
- top
afstudeerrichtingen:
Biotechnologie
Dierenzorg
Landbouw
Tuinbouw
Voedingsmiddelentechnologie
De opleiding bachelor in
agro- en biotechnologie heeft als doelstelling jongeren op te leiden om
te kunnen functioneren als middenkader in een bedrijf of dienst actief
in de agrarische, para-agrarische en biotechnische sector. Hierbij moet
het middenkader aanzien worden als een kwalificatie die enerzijds
praktisch werk kan omvatten dat zelfstandig moet kunnen worden
uitgevoerd maar anderzijds het ook mogelijk maakt op autonome of
onafhankelijke manier verantwoordelijkheid op te nemen voor de planning,
leiding, coördinatie en/of beheer.
Het begrip bedrijf of dienst dient opgevat te worden in de ruimste
betekenis van het woord: als deeleenheid of als zelfstandige eenheid
binnen een productieketen van agrarische of para-agrarische goederen,
als dienstencentrum actief in de agro- en biotechnologische productie,
biotechnologisch en milieukundig onderzoek, controleorganen, ..
De vraag naar direct inzetbare praktijkspecialisten met de nodige
toegepaste agro- en biotechnologische kennis en met zin voor
verantwoordelijkheid is heden ten dage meer dan reëel omwille van de
snelle technologische ontwikkelingen die de agro- en biotechnische
sector de laatste decennia heeft ondergaan in een wispelturige
economische markt met strikte beperkingen en eisen op het vlak van
milieu- en kwaliteitsnormen.
Het werkveld verlangt van de bachelor in agro- en biotechnologie een
gedegen kennis van product-, proces- en functieanalyse: kwalitatieve en
kwantitatieve eisen en normen voor het product, optimalisatie van de
aanwending van de menselijke, biologische en technische
productiemiddelen, economische verantwoording en optimalisatie,
milieukundige verantwoording.
Het werkveld vraagt eveneens dat de afgestudeerden tijdens hun opleiding
de mogelijkheid hebben gehad om te komen tot integratie en specialisatie
van hun kunde en kennis in de praktijk. Er moet aandacht besteed worden
aan o.a. het verwerven van inzichten, probleemoplossend en kritisch
denken, in teamverband werken, analyseren, systematisch werken,
creativiteit en persoonlijk initiatief, informatie verwerven en
verwerken, orde en stiptheid in de uitvoering,...
Beroepsspecifieke competenties waaraan in de opleiding voldoende
aandacht moet besteed worden zijn het verantwoord omgaan met levende
materie, technische en technologische vaardigheden ontwikkelen,
verantwoord commercieel handelen binnen de sector, managen van een
werkeenheid en het hanteren van de gangbare kwaliteitszorgsystemen.
Provinciale
Hogeschool Limburg - TONGEREN/DIEPENBEEK - Associatie Hoger
Onderwijs Limburg
- top
afstudeerrichtingen:
Biotechnologie
Groenmanagement
1. Doel van de opleiding
De opleiding agro- en biotechnologie is een professionele
bacheloropleiding die jongeren opleidt tot breed inzetbare technische
deskundigen in zowel de primaire, secundaire als tertiaire sectoren die
te maken hebben met de hedendaagse biotechniek en biotechnologie.
De opleiding is gericht op vijf uitgangspunten:
- een opleiding die
zorgt voor een brede oriëntatie
- een opleiding die
zorgt voor de versterking van de kritische reflectie, de sociale en
communicatieve vaardigheden en de daarmee samenhangende attituden
- een opleiding die
zorgt voor een omgeving waarin de student in staat wordt gesteld
zijn eigen individuele kwaliteiten dusdanig te ontwikkelen dat
hij/zij niet alleen voor langere tijd naar behoren kan functioneren
in het werkveld waarop het onderwijs zich richt
maar ook dat hij/zij in een dynamische samenleving zich als
volwaardig
lid kan ontplooien.
- een opleiding die
zorgt voor algemene beginnende beroepscompetenties; waarbij het
plan- en projectmatig kunnen werken in een ICT-omgeving centraal
staan
- een opleiding die
zorgt voor beroepsspecifieke beginnende beroepscompetenties met
aandacht voor zorgsystemen en duurzaamheid, en dit door het
aanbieden van afstudeerrichtingen met eindspecialisaties in een
deelsector uit het gebied van de biotechniek en biotechnologie.
Voor elke deelsector
worden 5 beroepsspecifieke competenties vooropgesteld:
- verantwoord en
duurzaam omgaan met levend materiaal
- verantwoord en
duurzaam werken in functie van levend materiaal
- technisch en
technologisch vaardig zijn
- economisch en/of
commercieel verantwoord handelen
- een
kwaliteitszorgsysteem kunnen hanteren en/of realiseren.
2. Oriëntatie en
specifieke doelen
Oriëntatie naar groen- en landschapsmanagement
De keuze groen- en landschapsmanagement biedt verdieping in de
beroepsspecifieke beginnende beroepscompetenties, nodig voor het
adequaat functioneren in de groensector met name de sectoren van de
sierteelt, tuinaanleg en groen- en natuurbeheer. Hierbij worden
vaardigheden gerealiseerd op het vlak van teelttechnieken, het
bedrijfsmanagement, het planmatig aanpakken van het aanleggen, onderhoud
en beheer van diverse soorten groene ruimten en het opstellen en
implementeren van adviezen met betrekking tot het ontwikkelen van de
groene ruimte en dit steeds gericht op een duurzame ontwikkeling.
Oriëntatie naar biotechnologie
De keuze biotechnologie biedt verdieping in de beroepsspecifieke
beginnende beroepscompetenties, nodig voor het adequaat functioneren in
de sectoren van de biotechnologie die aansluiten bij de cel- en
gentechnologie, de voedingsmiddelentechnologie en de milieutechnologie.
Hierbij worden vaardigheden gerealiseerd op het vlak van processing,
kwaliteitsbewaking, gegevensbeheer en dit steeds gericht op een duurzame
ontwikkeling
|
X |